15 februari 2022

Gebiedsprocessen

Het landelijk gebied in Nederland staat voor grote opgaven. Een toekomstbestendige ontwikkeling van functies in het landelijk gebied en de ruimtelijke ontwikkeling van de agrarische sector, zoals beschreven in het nationaal programma landelijk gebied (NPLG), is noodzakelijk. Een van de opgaven is de emissiereductie van 1Mton uit veenweiden in 2030 die is vastgelegd in het Klimaatakkoord. De aanpak van de opgaven is voor een belangrijk deel gebiedsgericht. De komende jaren worden er in gebiedsprocessen stappen gezet naar het realiseren van een toekomstbestendig en economisch rendabel
veenweidegebied. In deze gebiedsprocessen werken agrariërs, collectieven, overheden en andere betrokkenen samen.
Gebiedsprocesbegeleiders spelen daarbij een cruciale rol in het behalen van concrete resultaten die kunnen rekenen op
vertrouwen en draagvlak.

Het Nationaal Programma Veenweide start daarom in 2022 de deelexpeditie Gebiedsprocessen op, die wordt uitgevoerd door het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling. Het doel van deze deelexpeditie is dat procesbegeleiders elkaar helpen en inspireren om resultaten te boeken in de gebiedsprocessen. Onderdeel daarvan is het opbouwen van een netwerk van gebiedsprocesbegeleiders. In verschillende werkplaatssessies gaan de procesbegeleiders samen actief werken aan oplossingen voor concrete vraagstukken uit hun dagelijkse praktijk. In elke bijeenkomst staat één casus centraal.

De deelexpeditie heeft een looptijd van twee jaar en wordt getrokken door  Govert Geldof

Het verloop van de deelexpeditie gebiedsprocessen in beeld gebracht.
Door middel van 2 filmpjes wordt het proces van deze deelexpeditie in de ’turbo werkplaats’ inzichtelijk gemaakt.

 

Bijeenkomsten Gebiedsprocessen:

Nummer

Werkplaatssessie

Reflectiebijeenkomst

1

16 mei 2022

13 juni 2022

2

4 juli 2022

5 september 2022

3

26 september 2022

24 oktober 2022

4

21 november 2022

19 december 2022

5

30 januari 2023

6 maart 2023

6

24 april 2023

5 juni 2023

Eindreflectie 11 september 2023

Terugblik bijeenkomsten Deelexpeditie Gebiedsprocessen:

Op 21 maart was de eerste bijeenkomst van de deelexpeditie. Daarin is een compact college complexiteit en paradoxen gegeven. Ook zijn de deelnemers in twee rondes aan de slag gegaan met de ‘vingerafdruk’: Dit is een mindmap van alle vragen die uit de interviews met de deelnemers is gekomen.

Ronde 1: Wat houdt de gebiedsprocesmanagers het meest bezig? En is dat complex of ingewikkeld? Naar aanleiding daarvan volgt hieronder een beknopte bouwsteen met de titel Chunking: een methode om een gebiedsproces concreter, intensiever en leuker te makenIn een gebiedsproces zijn veel mensen betrokken. Deze hebben verschillende rollen, opvattingen, belangen, posities en ga zo maar door. Tevens zijn deze niet statisch, maar is er sprake van continue ontwikkeling. Dat maakt het proces onzeker.
Dat er veel verschillende mensen in het proces betrokken zijn, kun je ook zien als een kans, want mensen die op verschillende wijze naar een gebied en een proces kijken, zien gezamenlijk meer dan een individu. Je brengt namelijk verschillende bronnen van kennis bij elkaar.

Er is een analogie met schaken. In een neurowetenschappelijk proces hebben onderzoekers de oogbewegingen van schakers gevolgd (gemeten). De ogen van een beginner schieten chaotisch over het bord, resulterend in een niet altijd even verstandige zet. Een goede schaker dwaalt ook mijn z’n ogen over het gehele bord, ziet patronen, focust en doet een zet. En dan de verrassing. Een grootmeester kijkt slechts naar een beperkt aantal schaakstukken. Stel er staan twintig schaakstukken op het bord, dan kijkt hij bijvoorbeeld slechts naar vijf. Wat van belang is, trekt zijn aandacht. Wat niet van belang is, drukt hij naar de achtergrond. Deze inperking wordt chunking genoemd. De aandacht focust zich op slechts een ‘brok’ van het geheel. Uiteraard is de keuze voor de vijf stukken niet constant.

In een gebiedsproces is niemand een grootmeester, maar gezamenlijk komen we een heel eind. In ons brein kunnen we als het ware twee computers onderscheiden:

  • Een computer die bewuste gedachten verwerkt. Deze heeft een capaciteit van circa 60 bits/sec;
  • Een computer die onze onbewuste processen verwerkt. Deze heeft een capaciteit van circa 11.200.000 bits per seconde, 200.000 keer sneller dus. We kunnen deze beschouwen als een supercomputer.

Door de krachten te bundelen en vooral onze supercomputers aan te spreken, zijn we in staat te chunken. In plaats van te roepen dat mensen zich bewust moeten zijn van het belang van de beleidsopgaven, wat tergend veel tijd vraagt, kunnen we beter ervaringen uitwisselen om gezamenlijk de focus te beperken tot een drietal processen die er echt toe doen, om daarna in de praktijk aan de slag te gaan. Meer dan drie kernprocessen kunnen we als mensen niet aan. Gaandeweg verschuift de focus. Het uitwisselen van ervaringen kunnen we als mensen erg goed. We spreken dan over narratief werken, oftewel over het vertellen van verhalen.

Hierdoor wordt het gebiedsproces intensiever én leuker. Het is echter wel een trendbreuk met de werkwijze die vooral bij overheden gebruikelijk is.

Ronde 2: In ronde twee gaven de deelnemers aan welke delen van de vingerafdruk het meest interessant voor hen is en dat leidde tot een korte reflectie.

Reflectie
Een rode draad wordt gevormd door adaptieve planning en paradoxen. Deze hangen samen. Bij gebiedsprocessen in veenweidegebieden zijn vele (structurele) onzekerheden aanwezig. Omdat er tevens sprake is van vele beleidsopgaven, kom je uit bij een vorm van sturing die we duiden als ‘zelforganisatie binnen kaders’. Mensen moet hun gang kunnen gaan in een polder, zolang ze maar binnen de kaders blijven. Er zijn dan drie vragen: (1) hoe stel je de kaders op, (2) zijn deze voldoende helder en (3) kunnen de kaders worden bijgesteld op basis van verkregen inzichten? Het blijkt dat je met behulp van paradoxen heldere kaders kunt formuleren.

Naast dit onderwerp zal de groep waarschijnlijk veel aandacht gaan besteden aan de wisselwerking tussen betrokken actoren, zowel inwoners, ondernemers en belangenvertegenwoordigers als overheden. Daarover in volgende nieuwsbrieven meer.

1e Werkplaats Polder Kamerik (16 mei 2022)

De deelnemers aan een Werkplaats zijn verdeeld in twee ringen: de eerste ring bestaat uit kernspelers uit het betreffende gebiedsproces en de tweede ring uit deelnemers die aan het eind van de dag aansluiten om het resultaat van het proces te horen en vragen te stellen.

Van de deelnemers aan de deelexpeditie bood Astrid Riebel-de Boer van HDSR als eerste aan om een Werkplaatssessie te initiëren rondom het gebiedsproces in de polder Kamerik. In de voorbereiding is met behulp van de methode chuncking door een groepje van vier bepaald wat de kern van haar vraag was. Daar dreven de begrippen ‘vertrouwen’ en ‘praktijk leidend’ uit naar boven. De opdracht aan de Werkplaats was dan ook: “Geef vorm aan samenwerking in de komende jaren waarbij de praktijk leidend is, op basis van wederzijds vertrouwen.”

Meer over het begrip vertrouwen kunt u bekijken in dit filmpje: https://youtu.be/APE46u2Jjpg. Er is al veel onderzoek gedaan naar dit begrip, maar dan vooral in de hoek van de sociale wetenschappen.

De dag werd afgetrapt door Hoogheemraad Bert de Groot waarna er een wandeling door het gebied was. Het lijkt vrij simpel de uitstoot van broeikasgassen te reduceren: waterinfiltratiesystemen aanleggen en daarmee de grondwaterstanden op de percelen omhoog brengen. Maar zo simpel is het niet. Er zijn veel onzekerheden over de effecten en tevens is het praktijkpeil in polder Kamerik al hoger dan de waarden in het peilbesluit van HDSR. Bovendien: er wonen en werken mensen in het gebied en ook andere beleidsopgaven spelen een rol, zoals rond nitraten en natuurontwikkeling. Met deelnemers uit het gebied zelf, van HDSR, van de provincies Utrecht en Zuid-Holland en van Rijnland, was er een gevarieerde ploeg mensen aanwezig die elkaar wisten te inspireren. Belangrijke constatering was dat het, gezien de vele onzekerheden, verstandig is adaptief te plannen. Maar als je eenmaal maatregelen hebt uitgevoerd, wil je als overheden niet na een paar jaar terugkomen in het gebied om een nieuw pakket van maatregelen uit te voeren. Tevens: er zijn geen heldere kaders (spelregels) voor het vormgeven van adaptieve planning. Er is behoefte aan technische, sociale en financiële spelregels. Dan weet je wat je aan elkaar hebt. In vervolg-Werkplaatsen – er komen nog vijf – worden deze nader ingevuld. Op 16 mei is de eerste stap gezet.

Interview met Govert Geldof
-Wat is jouw link met het veenweidegebied?

Ik heb aardig wat projecten gedaan in veenweidegebieden, vooral in de beginjaren van mijn professionele bestaan. De sterkste herinnering heb ik aan de werkgroep die voor Stichting Bouwresearch houten palen ging onderzoeken in zettingsgevoelige gebieden. Als jong broekie werkte ik samen met allemaal ervaren bodem- en funderingsdeskundigen. De grote conclusie destijds was: “we snappen er geen bal van”. We dachten dat drooggevallen houten palen verrotten en natte palen in goede conditie blijven. We leerden al snel dat dit te lineair gedacht was.

-Heb je zelf ervaring met gebiedsprocessen?
Zeker, maar meer in de stad dan in het buitengebied en meer op zand en klei dan op veen. De ene keer heette het stedelijke ontwikkeling, de andere keer herinrichting. De benadering die we toepasten in het bestaande gebied van Nijmegen rond water (1997 – 2001), was uniek en succesvol. Na het opstellen van een visie in één dag, gingen we ‘gewoon’ aan de slag. Dóén, in plaats van praten over doen. Toch was dit eenmalig, want slechts weinigen durven de onzekerheden aan die deze werkwijze met zich meebrengt.

-Jouw lijfspreuk is:
“Het is complex, maar we maken het ingewikkeld.” Wat bedoel je daarmee en hoe zet je deze lijfspreuk in bij deze deelexpeditie?
Bij de oprichting van het Simplistische Verbond in 1974 stelden Kees van Kooten en Wim de Bie het volgende: “Men onderscheidt ontwikkelingslanden, ontwikkelde landen en ingewikkelde landen. Daarvan is Nederland één van de aller ingewikkeldste landen.” Als we processen inwikkelen in normen, regels, procedures en protocollen, maken we deze ingewikkeld. We mijden zo de onzekerheden, denken we. Zoeken we de complexiteit op, dan ontwikkelen we. We halen als het ware het wikkel eraf. Als we gebiedsontwikkeling nastreven, geven we impliciet aan dat we complexiteit opzoeken. Mijn inzet is onder andere om dit expliciet te maken. Hoe complexer een proces is, hoe dichter je op de praktijk moet zitten, wat niet eenvoudig is.

-De deelexpeditie heeft een looptijd van twee jaar. Wat is de verwachte output na die twee jaar?
We hebben een groep van 17 à 18 mensen, uit vijf verschillende provincies. Ze hebben verschillende achtergronden, waarbij de een net komt kijken en de ander al tientallen jaren ervaring heeft. Ik denk dat ze veel van elkaar kunnen leren en elkaar ook weten te vinden nadat de deelexpeditie is afgerond. In het proces ga ik ervanuit dat we in de werkplaatssessies concrete oplossingen hebben gevonden voor concrete vraagstukken. Tevens vullen we gaandeweg een gereedschapskist en zorgen we ervoor dat we leerpunten beschikbaar maken voor anderen. Mijn nadrukkelijk wens is om een YouTube-kanaal te openen en filmpjes te maken van 5 à 6 minuten, op locatie. Ik heb zelf ook een kanaal en merk dat je bij het schrijven van een script gedwongen wordt je redeneerlijn scherp neer te zetten.

 

Vanuit het Nationaal Programma Veenweide zijn Marlies Feringa (Provincie Utrecht) en Els van Bon (Unie van Waterschappen) verbonden aan de deelexpeditie. We stelden hen een aantal vragen:

-Wat doet het Nationaal Programma Veenweide?
“Vanuit een samenwerking van de vier overheden én maatschappelijke partners wil het Nationaal Programma Veenweide samen de doelstelling van 1Mton CO2 reductie bereiken. Elke partij heeft daarin zijn eigen rol. In het Nationaal Programma willen we alle randvoorwaarden bieden om in de gebieden tot resultaten te kunnen komen. Zo werken we aan draagvlak door het ontwikkelen van bedrijfseconomisch perspectief, een goed monitoringssysteem, financiering en passend instrumentarium. Ook kennisontwikkeling is een van onze pijlers omdat er nog zoveel onbekend is.

-Welke rol spelen de gebiedsprocessen bij het halen van de doelstellingen van het Programma?
“Het uitgangspunt van het programma is dat we gebiedsgericht maatwerk willen leveren vanuit het draagvlak. Gebiedsprocessen vormen daarmee de sleutel om te komen tot transitie. Kennisdeling in hoe je zo’n proces aanpakt om werkelijk te komen tot de “schop in de grond” is niet alleen heel leuk, maar zien we daarom ook als essentieel. Door te leren van elkaar en zo succesfactoren in te kunnen zetten, kun je samen méér resultaat te boeken.

-Wat spreekt je aan in de aanpak van de deelexpeditie?
“Je gaat echt de diepte in! Je bespreekt een casus, niet alleen onderling met andere projectleiders van gebiedsprocessen, ook met je eigen partners binnen je gebiedsproces zoek je verdieping. Dat is dus niet alleen effectief voor de anderen in je leergang, maar maakt ook dat je de struikelblokken in je eigen proces misschien wel kan doorbreken. Daar doen we het tenslotte voor; samen voortgang boeken in de maatschappelijke opgave.”

Wilt u meer weten over deze deelexpeditie? Neem dan contact op met Govert Geldof of via Het NKB, info@kennisprogrammabodemdaling.nl