May 25, 2020

Q&A

De belangrijkste vragen gesteld aan het NKB worden hieronder toegelicht. Ze zijn verdeeld in: historische context, bodemdaling algemeen, landelijk gebied: uitdagingen en oplossingen , privaat bebouwd gebied: uitdagingen en oplossingen , openbare ruimte: uitdagingen en oplossingen en over het NKB.

Heeft u ook een vraag?
Stuur deze dan naar info@kennisprogrammabodemdaling.nl

Historische context

  • Waar komt bodemdaling voor?
    Lees verder
    Kust- en deltagebieden over de hele wereld hebben te maken met bodemdaling. De bodem van een groot deel van Nederland bestaat uit slappe klei- en veenlagen. Die bodem daalt voortdurend, op sommige plaatsen zelfs sneller dan de zeespiegel stijgt. Bodemdaling als gevolg van slappe bodem komt vooral voor in de provincies Noord- en Zuid-Holland, Utrecht, Flevoland, Overijssel, Friesland en Drenthe. De ondergrond van Nederland is in sterke mate beïnvloed door menselijk handelen. De grootste veranderingen traden op in de veen- en kleigebieden (de ‘slappe bodems’) waar de bodem de afgelopen 1000 jaar zo’n 10 meter is gedaald. Bodemdaling gaat ook vandaag de dag door. Hoewel het overgrote deel van de Nederlandse bodembeweging bestaat uit daling, zijn er enkele gebieden, met name in het oosten en zuiden van het land, die stijgen.
  • Hoe zag het landschap er oorspronkelijk uit?
    Lees verder
    Voordat de ontginningen tot stand kwamen bestond het landschap uit uitgestrekte en veengebieden. Deze gebieden – de zogenaamde woeste gronden- waren te nat voor woningbouw en landbouw. Al sinds de Romeinse tijd werden deze door middel van sloten ontwaterd om ze voor korte of langere tijd te kunnen gebruiken. De huidige Nederlandse veenweidegebieden zijn vooral in de middeleeuwen ontgonnen tijdens de zogenaamde Grote ontginning.

Bodemdaling algemeen

  • Wat is veenbodemdaling? 
    Lees verder
    Nederland heeft al eeuwen te maken met veenbodemdaling. De twee belangrijkste oorzaken van bodemdaling zijn oxidatie van veen en zetting van veen:
    Om veengrond geschikt te maken voor landbouw werden vaarten en sloten gegraven om het gebied te ontwateren. Deze onttrekking van water aan de veengrond zorgt ervoor dat het veen in contact komt met zuurstof en gaat oxideren. Als gevolg daarvan verdampt een deel van de bodem als CO2 naar de lucht.
    Daarnaast kan de veenbodem net als andere grondsoorten een deel van zijn volume verliezen door vochtverlies (bijvoorbeeld door verdamping) en daardoor (tijdelijk) dalen. Dit heet krimp. Door vochttoename kan de bodem ook weer stijgen, dat heet zwel. Het deel van de krimp dat permanent is heet klink. Oxidatie en klink zorgen voor een dalende bodem. Dit proces vindt ook nu nog plaats in veenweidegebieden.
    Om veengrond geschikt te maken voor landbouw werden vaarten en sloten gegraven om het gebied te ontwateren. Deze onttrekking van water aan de veengrond zorgt ervoor dat het veen in contact komt met zuurstof en gaat oxideren. Als gevolg daarvan verdampt een deel van de bodem als CO2 naar de lucht. Daarnaast kan de veenbodem net als andere grondsoorten een deel van zijn volume verliezen door vochtverlies (bijvoorbeeld door verdamping) en daardoor (tijdelijk) dalen. Dit heet krimp. Door vochttoename kan de bodem ook weer stijgen, dat heet zwel. Het deel van de krimp dat permanent is heet klink. Oxidatie en klink zorgen voor een dalende bodem. Dit proces vindt ook nu nog plaats in veenweidegebieden. Een andere vorm van bodemdaling is zetting. Daarbij wordt de slappe veengrond door het gewicht van bebouwing en infrastructuur samengedrukt. Zetting is de belangrijkste oorzaak van bodemdaling in stedelijk gebied.
    In de documentaire Het zinkende land (RTV Utrecht, 18 november 2017) wordt het proces van ontwatering, oxidatie en veenbodemdaling in een animatie in beeld gebracht. 
  • Hoe ontstaat veenoxidatie?
    Lees verder
    Om veengrond geschikt te maken voor landbouw wordt water uit de bodem afgevoerd door bijvoorbeeld de aanleg van sloten en vaarten. Daardoor daalt de grondwaterstand en kan zuurstof in de bodem dringen. Zuurstofminnende bacteriën breken de veengrond vervolgens af tot CO2 die in de lucht verdwijnt. Deze veenafbraak wordt veenoxidatie genoemd. Het is één van de oorzaken van bodemdaling.
  • Wat is zetting?
    Lees verder
    Zetting ontstaat als de bodem als gevolg van belasting wordt samengedrukt. Die belasting ontstaat bijvoorbeeld door het neerzetten van bebouwing of door wegen en fietspaden. Dit leidt ertoe dat de veengrond wordt samengeperst (compactie) en als gevolg daarvan daalt. 
  • Wat is klink? 
    Lees verder
    Veenbodems kunnen door vochtverlies een deel van het volume verliezen en daardoor tijdelijk dalen. Dit wordt krimp genoemd. Het deel van de krimp dat permanent is heet klink. Oxidatie en klink leiden ertoe dat de bodem daalt.   
  • Is de bodemdaling door veenafbraak de belangrijkste oorzaak van het feit dat Nederland voor een groot deel onder de zeespiegel ligt? 
    Lees verder
    Dat het Nederlandse veenweidengebied onder de zeespiegel ligt is het gevolg van veenafbraak. Maar niet alleen het veenweidengebied ligt onder de zeespiegel. Dit geldt ook voor kleipolders in de Delta, voor de IJsselmeerpolders en voor de droogmakerijen waar in het verleden het veen is weggegraven om als brandstof gebruikt te worden. In die gebieden is veenafbraak dus niet de oorzaak van de lage ligging. Die diepste gebieden zijn de droogmakerijen met een diepte van 4 tot 5 meter onder de zeespiegel. De veenweidengebieden liggen zo’n 1 tot 2,5 m onder zeeniveau. Dat een groot deel van Nederland onder de zeespiegel ligt komt dus maar voor een beperkt deel door veenbodemdaling.
  • Zakt de bodem sneller dan de zeespiegel stijgt?
    Lees verder
    Dat hangt af van ondergrond en beleid. Volgens de klimaatscenario’s uit 2014 van het KNMI kan de zeespiegelstijging in 2100 oplopen tot 100 cm. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) gaat sinds september 2019 uit van een zeespiegelstijging van maximaal 110 cm in 2100. Ook duiden recente onderzoeken (van o.a. KNMI en Universiteit Utrecht) erop dat de processen die van invloed zijn op het afsmelten van het landijs op Groenland en Antarctica veel sneller verlopen dan voorheen werd aangenomen. Volgens de Signaalgroep van het Deltaprogramma kan een nog snellere stijging van de zeespiegel daarom niet worden uitgesloten. De bodemdaling in veenweidengebieden door veenafbraak is in West-Nederland gemiddeld zo’n 7 mm per jaar, dus vanaf 2014 gerekend 60 cm tot 2100. In gebieden met een grotere drooglegging kan de bodemdaling door veenafbraak tot 15 mm per jaar zijn. Dat komt neer op een bodemdaling van zo’n 130 cm. Alleen in die gebieden is de bodemdaling door veenafbraak groter dan de zeespiegelstijging. De daling van wegen door zetting bij slappe veenbodems kan nog sneller gaan, maar dat is maar een klein deel van de totale oppervlakte.  

Landelijk gebied: uitdagingen en oplossingen

  • Wat zijn de gevolgen van veenbodemdaling voor landelijk gebied?
    Lees verder
    Veenbodemdaling in het landelijk gebied heeft verschillende gevolgen. Doordat de bodem daalt en veenweiden steeds lager komen te liggen, kunnen er problemen ontstaan in het waterbeheer. Door toenemende hoogteverschillen wordt het moeilijker om het water in hooggelegen gebieden op peil te houden; water lekt via de bodem weg naar lager gelegen gebieden. Daardoor kan in hoger gelegen (natuur)gebieden verdroging optreden. 
    Een ander probleem kan kwel zijn. Wanneer de bodem van een gebied ver gedaald is ten opzichte van de omgeving kan er kwel optreden. Grondwater komt dan omhoog doordat de druk vanuit de omgeving toeneemt. Dat kan leiden tot wellen (natte plekken) in het land en het opbarsten van slootbodems. De extra aanvoer van water door kwel zorgt voor hogere bemalingskosten. Dit probleem doet zich vooral voor in droogmakerijen waar het veen (grotendeels) is weggegraven voor de winning van brandstof en die daardoor meters lager liggen dan de omgeving. 
    Een ander belangrijk aspect van veenbodemdaling in landelijk gebied is dat er bij de veenafbraak het broeikasgasgas CO2 vrijkomt. Door het onttrekken van water aan de bodem komt de veengrond in contact komt met zuurstof en oxideert het veen. Daarbij wordt de organische stof omgezet in koolstofdioxide (CO2).  De uitstoot van CO2 heeft effect op het klimaat. Uit veen kan ook methaan of moerasgas (CH4) vrijkomen. Dat gebeurt juist onder zuurstofloze omstandigheden. Ook lachgas (N2O) kan onder invloed van verschillende factoren vrijkomen.
    Bodemdaling kan, vooral door zetting, leiden tot problemen met infrastructuur. Doordat wegen, kabels en leidingen zakken, kan er schade ontstaan aan wegen en treden er problemen op zoals leidingbreuken. Daarnaast kan in landelijk gebied de bedrijfsvoering voor agrariërs lijden onder de gevolgen van veenbodemdaling. Wanneer opbarsting of wellen optreedt vermindert de productiviteit en betreedbaarheid van gronden en ook de waterkwaliteit kan achteruit gaan. In extreme gevallen zullen agrariërs op zoek moeten naar alternatieve vormen van bedrijfsvoering zoals natte teelten.
  • Wat is de relatie tussen bodemdaling en het klimaat? 
    Lees verder
    Door het onttrekken van water aan de bodem komt de veengrond in contact met zuurstof en oxideert het veen. Dit is een biologisch proces waarbij de organische stof door bodemleven wordt omgezet in koolstofdioxide (CO2).  Deze uitstoot van CO2 heeft effect op het klimaat. Uit veen kan daarnaast ook methaan of moerasgas (CH4) vrijkomen. Dat gebeurt juist onder zuurstofloze omstandigheden. Ook het broeikasgas lachgas (N2O) kan onder invloed van verschillende factoren vrijkomen. 
    Lachgas en methaan zijn nog veel schadelijker voor het milieu dan CO2. De broeikasgassen worden uitgedrukt in CO2-equivalent (CO2-eq). Dit is een meeteenheid die gebruikt wordt om het opwarmend vermogen (‘global warming potential’) van broeikasgassen weer te geven. In deze methode wordt is CO2 het referentiegas, waartegen andere broeikasgassen gemeten worden. Aangenomen wordt dat bij eenzelfde hoeveelheid gas het opwarmend vermogen van CH25 keer hoger is dan dat van CO2. 1 ton CH4 is dan gelijk aan met 25 ton CO2-equivalenten.
    Wat de exacte huidige uitstoot is en welke factoren daarop van invloed zijn is nog niet duidelijk. Wel is in het Klimaatakkoord afgesproken dat de veengebieden voor 2030 1 Megaton CO2-ton uitstoot moeten reduceren. Met het oog daarop is er in 2019 een landelijk onderzoek gestart naar de uitstoot van broeikasgassen uit veenbodems: het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV). Hierin wordt onderzocht wat de huidige broeikasgasuitstoot uit verschillende veenbodems is en welk effect verschillende maatregelen tegen veenafbraak hebben op de uitstoot. Op basis daarvan zal in kaart worden gebracht hoe er voor de toekomst betere voorspellingen gedaan kunnen worden over broeikasgasemissies uit veen. Meer informatie over het NOBV is te vinden in de factsheet van het Onderzoeksprogramma. 
    Bodemdaling leidt dus tot broeikasgasemissies, wat bijdraagt aan klimaatverandering. Omgekeerd kan klimaatverandering ook de bodemdaling versterken. Veenafbraak verloopt sneller bij hogere temperaturen. In periodes van extreme droogte zal de grondwaterstand nog verder zakken, wat weer tot meer veenafbraak kan leiden. Maatregelen om bodemdaling te beperken door vernatting vragen juist meer water. Extremen in droogte en temperatuur als gevolg van klimaatverandering kunnen de effectiviteit van maatregelen dus juist tegengaan.  
  • Hoe kunnen we veenbodemdaling in landelijk gebied stoppen of remmen? 
    Lees verder
    Er wordt veel onderzoek gedaan naar maatregelen om bodemdaling te remmen of te stoppen. Het vernatten van de bodem remt de bodemdaling en kan bij extreme vernatting de bodemdaling stoppen omdat er dan geen oxidatie meer plaatsvindt. Een negatief effect daarvan kan zijn dat de methaanemissie toeneemt. Dit is een van de aspecten die onderzocht wordt in het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV). Meer informatie hierover is te vinden in de factsheet van het NOBV.
    Extreme vernatting van de bodem kan bodemdaling stoppen, maar maakt ook de huidige landbouw onmogelijk. Het biedt echter wel mogelijkheden voor andere vormen van landbouw zoals natte teelten. De ontwikkeling daarvan staat echter nog in de kinderschoenen. Meer informatie daarover is te vinden in de factsheet van de deelexpeditie Natte teelten. 
  • Wat zijn de maatregelen om veenbodemdaling in landelijk gebied te remmen of te stoppen? 
    Lees verder
    In het landelijk gebied kan onderwaterdrainage of drukdrainage helpen om de grondwaterstand te verhogen waardoor bodemdaling door veenafbraak geremd wordt. Daardoor kan het huidige landgebruik in stand blijven. Meer informatie hierover is te vinden in de factsheet Onderwater- en drukdrainage. Daarnaast lopen er onderzoeken met natte teelten: gewassen die onder natte omstandigheden goed groeien. De ontwikkeling daarvan staat echter nog in de kinderschoenen. Meer informatie hierover is te vinden in de factsheet Natte teelten. Ook het verhogen van slootpeilen of het realiseren van natte natuur zijn maatregelen. Naast vernatting wordt het toevoegen van klei aan de veenbodem onderzocht als maatregel die veenafbraak afremt. Ook in de bedrijfsvoering wordt gezocht naar maatregelen, bijvoorbeeld andere grassoorten zodat er een stevigere grasmat ontstaat, of lichtere koeien. 
  • Wat zijn natte teelten? 
    Lees verder
    Natte teelten zijn gewassen die onder natte omstandigheden goed groeien. Doordat er geen of minder water aan de bodem onttrokken hoeft te worden kan bodemdaling worden geremd. De bekendste natte teelten waarmee proeven naar het remmen van bodemdaling worden gedaan zijn Azolla, lisdodde en cranberry. Meer informatie over natte teelten is te vinden in de factsheet Natte teelten
  • Wat is onderwaterdrainage en hoe helpt dit tegen bodemdaling? 
    Lees verder
    Bij onderwaterdrainage worden er evenwijdige geperforeerde buizen (drainagebuizen) in de bodem aangebracht die onder slootpeil in de sloot uitkomen. De buizen zijn bedoeld voor infiltratie in droge periodes. In natte periodes werken de drainerend. Daardoor is er meer invloed op de grondwaterstand waardoor bodemdaling kan worden tegengegaan. Meer informatie over onderwaterdrainage is te vinden in de factsheet Onderwater- en drukdrainage.
  • Wat is drukdrainage en hoe helpt dit tegen bodemdaling?
    Lees verder
    Bij drukdrainage worden er in de bodem evenwijdige geperforeerde buizen (drainagebuizen) aangebracht die uitkomen op een waterreservoir. Het water in het waterreservoir kan met een pomp hoger worden gezet dan de sloot waardoor er meer druk op de drainagebuizen ontstaat en effectiever vernat kan worden. Door op deze manier verdroging tegen te gaan kan bodemdaling geremd worden. Meer informatie over drukdrainage is te vinden in de factsheet Onderwater- en drukdrainage.

Privaat bebouwd gebied: uitdagingen en oplossingen

  • Wat zijn de gevolgen van veenbodemdaling voor privaat bebouwd gebied
    Lees verder
    In stedelijk gebied ontstaat bodemdaling vooral door zetting: de veengrond wordt samengedrukt door bebouwing, infrastructuur en andere belasting. Om de ondergrond geschikt te maken voor bijvoorbeeld bebouwing, parken en wegen worden er vaak materialen gebruikt die zwaarder zijn dan het oorspronkelijke veen, bijvoorbeeld zand of puin. Door het extra gewicht van deze materialen en de bebouwing wordt de bodem samengedrukt. Dit samendrukkingsproces kost tijd en gaat vaak ook nog wel een tijdje door nadat een gebied is ingericht. Dit kan schade veroorzaken als bebouwing, infrastructuur, rioleringen, kabels, leidingen en de openbare ruimte hier niet op berekend zijn. Om verzakking tegen te gaan zijn gebouwen vaak onderheid. Daar zijn over de loop der jaren verschillende methoden voor gebruikt, bijvoorbeeld houten of betonnen palen. Niet onderheide bebouwing (we noemen dat gefundeerd op staal) zakt met het veen mee. Het probleem daarbij is dat een gebouw vaak niet overal met dezelfde snelheid zakt, waardoor binnen het gebouw of zelfs binnen een huizenblok scheuren kunnen ontstaan. Ook kunnen zettingsverschillen ontstaan tussen onderheide gebouwen en niet onderheide gebouwen. Daarnaast kan infrastructuur ongelijk zakken, zowel bovengronds (wegen) als ondergronds (riolering, kabels en leidingen). Dit leidt tot problemen met infrastructuur zoals bijvoorbeeld leidingbreuken of kapotte wegen, maar ook tot overlast vanwege kuilen en scheuren in het wegdek waar langdurig (grote) plassen in blijven staan.Om wateroverlast door een zakkende omgeving en gebouwen te voorkomen kan het nodig zijn het grondwaterpeil naar beneden aan te passen. Een daling van het grondwaterpeil leidt er echter ook toe dat er zuurstof bij de heipalen komt. Houten heipalen kunnen daardoor gaan rotten en dat leidt tot problemen met de fundering. Om te voorkomen dat de bebouwing als gevolg daarvan verzakt zal de fundering vervangen of hersteld moeten worden. 
  • Wat zijn de maatschappelijke kosten als gevolg van veenbodemdaling?
    Lees verder
    Bodemdaling kan in de stedelijke omgeving leiden tot fysieke schade aan boven- en ondergrondse infrastructuur, openbare ruimte en gebouwen. Deze schade brengt maatschappelijke kosten met zich mee in de vorm van hogere beheer – en onderhoudskosten en een achteruitgang van kwaliteit Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft onderzoek gedaan naar de maatschappelijke kosten van veenbodemdaling. Dit heeft in 2016 geresulteerd in het rapport ‘Dalende bodems, stijgende kosten’ dat een zorgelijk beeld schetst. In dit rapport is berekend dat de extra kosten die gemaakt moeten worden voor het herstel van en onderhoud aan onder andere wegen, rioleringen, kabels en leidingen, kunnen oplopen tot 5,2 miljard euro in 2050. Uit een aanvullende studie van het Platform Slappe Bodem blijken gemeenten op slappe bodem tweemaal zoveel kosten te maken voor de openbare ruimte dan gemeenten op stevige bodem. Meer informatie over de maatschappelijke kosten van veenbodemdaling is ook te vinden in de studie ‘Kosten in beeld’ van het Platform Slappe Bodem. 
    Daarnaast is er volgens het PBL ten minste 16 miljard euro nodig voor het herstellen van funderingsschade. De grote droogte uit 2018 heeft geleid tot een sterke toename van woningen met funderingsproblemen. Niet alleen woningen op veengronden maar ook op klei en zelfs zand kregen te maken met scheurvorming en zetting. Op de website van het KCAF worden de volgende risico-aantallen in NL ingeschat:
    * Houten paalfunderingen: circa 750.000 woningen, waarvan 250.000 mogelijk een funderingsprobleem heeft of krijgt.
    * Woningen op staal: inschatting: circa 300.000 woningen, waarvan 150.000 mogelijk een funderingsprobleem heeft of krijgt.
    In totaal gaat het dan om 400.000 woningen. Deltares rekende eerder met een gemiddeld herstelbedrag van €56.000 (in 2013). De mogelijke schadepost bedraagt dan 22,4 miljard maar dit lijkt eerder een onderschatting dan een overschatting gezien de ontwikkeling van de marktprijzen en de toenemende schade als gevolg van droogte.
    Tot slot berekende het PBL dat de meerkosten voor zowel infrastructuur als bebouwing door bodemdaling in het landelijk gebied maximaal 1 miljard euro bedragen. Het effect van bodemdaling op de kosten van het waterbeheer zijn in vergelijking gering: naar schatting 200 miljoen euro (huidig prijspeil) over een periode van 40 jaar.
  • Wat zijn de maatschappelijke gevolgen van veenbodemdaling?
    Lees verder
    De effecten van de bodemdaling werken door in de bodem en datgene wat daar op staat (woningen), in ligt (fundering, infrastructuur) en op groeit (gewassen, natuur). Vanuit dat perspectief zijn maatschappelijke gevolgen voor drie opgavegebieden:
    1)  De openbare ruimte: overheden zoals gemeenten, waterschappen, provincies en rijk (RWS) worden geconfronteerd met kosten als gevolg van schade aan de openbare ruimte (bovengronds en ondergronds). Via lokale en algemene belastingen betalen de inwoners de kosten hiervoor. 
    2)  Privaat bebouwd gebied: particulieren en pandeigenaren worden geconfronteerd met kosten voor schade aan funderingen en met kapitaalverlies als gevolg van deze schade. Herstelkosten zijn sterk afhankelijk van de situatie maar liggen vaak tussen den €50.000 en €100.000. Hoewel huiseigenaren verantwoordelijk zijn voor de staat van hun fundering, is het feit dat huiseigenaren niet altijd in staat zijn om deze kosten te dragen een maatschappelijk probleem. De ervaring leert namelijk dat gezinnen dan in de schuldsanering terecht kunnen komen.
    3)  Landelijk gebied: agrariërs worden geconfronteerd met het spanningsveld waarbij een lage grondwaterstand nodig is voor de bedrijfsvoering maar deze leidt tot bodemdaling met alle gevolgen van dien (ongelijkmatige hoogteverschillen, schade aan gebouwen en infrastructuur en broeikasgasuitstoot). 
    Op maatschappelijk vlak gaat het niet alleen over bodemdaling in de huidige context maar ook om bodemdaling in de context van de toekomstbestendige omgeving. Nederland staat de komende decennia voor grote maatschappelijke opgaven op het snijvlak van klimaat, (zoet)water, wonen, duurzaamheid, kringlooplandbouw en ruimtelijke inrichting (of landschappelijke kwaliteit). Zowel het landelijk als het stedelijk gebied moet in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig zijn ingericht. Daarnaast is de Nederlandse doelstelling om de uitstoot van CO2 te beperken tot 49% in 2030. Deze doelstelling is recent via de Klimaattafel vertaald naar een opgave voor het veenweidegebied van 1 megaton CO2 reductie in 2030.
     
  • Hoe kunnen we bodemdaling in privaat bebouwd gebied stoppen of remmen?
    Lees verder
    Voor bebouwd gebied is het stoppen van bodemdaling feitelijk geen optie. Er kan aan minder knoppen gedraaid worden omdat de bebouwing er al staat en over het algemeen blijft staan. Wel kan het tempo van zetting soms worden vertraagd. Dat kan bijvoorbeeld door niet op te hogen met zand in de openbare ruimte maar voor andere ophoogtechnieken te kiezen. Meer informatie over innovatieve ophoogtechnieken is te vinden in de factsheet van de deelexpeditie Innovatieve ophoogtechnieken. Hierin worden ook technieken genoemd voor nieuwbouw op slappe grond. Bij nieuwbouw kunnen slimme technieken worden toegepast om bodemdaling te voorkomen of sterk te beperken, bij voorkeur in combinatie met andere toekomstbestendige bouwmethoden.
  • Wat zijn de maatregelen om veenbodemdaling in privaat bebouwd gebied te remmen of te stoppen?
    Lees verder
    Het werken met nieuwe ophoogtechnieken bij het aanleggen van infrastructuur bij reconstructie of nieuwbouw kan ervoor zorgen dat bodemdaling wordt tegengegaan. En bij nieuwbouw kan er op een geheel andere wijze ontwikkeld worden, waarbij niet alleen gekeken wordt naar de openbare ruimte maar ook naar de bouwmethode van woningen, aanleg van tuinen. Anders bouwen vereist ook een andere aanpak bij de start van nieuwbouwprojecten. Zowel in de afspraken tussen overheden en marktpartijen, als in de eisen die gesteld aan het stedenbouwkundig plan, de landschapsinpassing, de bouw- en woonrijpmethoden, het voorkomen van afwentelen van maatschappelijke kosten naar de beheerfase en rekening houden met andere duurzaamheidsthema’s. Meer informatie over innovatieve ophoogtechnieken is te vinden in de factsheet Innovatieve Ophoogtechnieken.
  • Wat zijn innovatieve ophoogtechnieken en wat heb je eraan?
    Lees verder
    Innovatieve ophoogtechnieken worden gebruikt om (ongelijkmatige) zetting, wat kan leiden tot schade aan openbare ruimte en infrastructuur, tegen te gaan. Zo wordt er gewerkt met lichte materialen, nieuwe stabilisatiemethodes of het afgraven van slappe bodem. Meer informatie over innovatieve ophoogtechnieken is te vinden in de factsheet Innovatieve Ophoogtechnieken.
  • Wordt paalrot veroorzaakt door bodemdaling in het landelijk gebied?
    Lees verder
    Alleen bij zeer grote peilverschillen tussen landelijk gebied en stedelijk gebied zal het grondwater in bebouwd gebied moeilijk hoog te houden zijn en kan er als gevolg van een lage grondwaterstand paalrot ontstaan. Paalrot ontstaat als de grondwaterstand bij bebouwing zakt tot onder het niveau van de houten palen. Onder invloed van zuurstof worden schimmels actief en kan het hout gaan wegrotten. Dit proces heet paalrot. Aantasting van houten palen door bacteriën (palenpest) staat los van de hoogte van de grondwaterstand. Die grondwaterstand kan bijvoorbeeld laag zijn doordat omliggende veenweidegebieden door bodemdaling en peilverlagingen een steeds lager slootpeil hebben gekregen, waardoor ook de grondwaterstand bij de bebouwing zakt. Dit speelt zich vooral af in het buitengebied. Dat kan worden voorkomen door de bebouwing met een hoogwatervoorziening af te scheiden van de omgeving en van een eigen peil te voorzien. Wanneer bebouwd gebied in de buurt van een droogmakerij ligt zal dat eerder de oorzaak zijn van moeilijk hoog te houden grondwaterstanden in bebouwd gebied. Droogmakerijen liggen vaak meters lager dan de stad en het veenweidengebied. In de stad kunnen te lage grondwaterstanden worden veroorzaakt door een slechte staat van de riolering (lekke riolering), waardoor grondwater via de riolering weglekt, of het verlagen van het waterpeil omdat in het bebouwd gebied wegen zijn gezakt door zetting en soms onder water komen te staan. Maar ook droogte speelt een rol, zowel in het buitengebied als in de stad.
  • Zakken op staal gebouwde huizen in droge periodes door ontwatering voor de landbouw?
    Lees verder
    In de zomer van 2018 is veel schade aan huizen ontstaan door krimp van klei- en veenbodems. Krimp is een tijdelijk effect veroorzaakt door uitdroging van de bodem door gebrek aan neerslag. Dat staat los van de grondwaterstand in de omgeving, want het polderpeil zal voor de landbouw op peil worden gehouden in droge periodes. Ontwatering ten behoeve van de landbouw met voortgaande peilverlagingen kan wel bijdragen aan een versnelling van ongelijke zetting van op staal gebouwde huizen zorgen, als er geen hoogwatervoorziening is. 

Openbare ruimte: Uitdagingen en oplossingen

  • Wat zijn de gevolgen van veenbodemdaling voor de openbare ruimte?
    Lees verder
    In bebouwd gebied ontstaat bodemdaling vooral door zetting: de veengrond wordt samengedrukt door bebouwing, infrastructuur en andere belasting. Om de ondergrond geschikt te maken voor bijvoorbeeld bebouwing, parken en wegen worden er vaak materialen gebruikt die zwaarder zijn dan het oorspronkelijke veen, bijvoorbeeld zand of puin. Door het extra gewicht van deze materialen en de bebouwing wordt de bodem samengedrukt. Dit samendrukkingsproces kost tijd en gaat vaak ook nog wel een tijdje door nadat een gebied is ingericht. Dit kan schade veroorzaken als bebouwing, infrastructuur, rioleringen, kabels, leidingen en de openbare ruimte hier niet op berekend zijn. 
    Om verzakking tegen te gaan zijn gebouwen vaak onderheid. Daar zijn over de loop der jaren verschillende methoden voor gebruikt, bijvoorbeeld houten of betonnen palen. Niet onderheide bebouwing (we noemen dat gefundeerd op staal) zakt met het veen mee. Het probleem daarbij is dat een gebouw vaak niet overal met dezelfde snelheid zakt, waardoor binnen het gebouw of zelfs binnen een huizenblok scheuren kunnen ontstaan. Ook kunnen zettingsverschillen ontstaan tussen onderheide gebouwen en niet onderheide gebouwen. Daarnaast kan infrastructuur ongelijk zakken, zowel bovengronds (wegen) als ondergronds (riolering, kabels en leidingen). Dit leidt tot problemen met infrastructuur zoals bijvoorbeeld leidingbreuken of kapotte wegen, maar ook tot overlast vanwege kuilen en scheuren in het wegdek waar langdurig (grote) plassen in blijven staan.
    Om wateroverlast door een zakkende omgeving en gebouwen te voorkomen kan het nodig zijn het grondwaterpeil naar beneden aan te passen. Een daling van het grondwaterpeil leidt er echter ook toe dat er zuurstof bij de heipalen komt. Houten heipalen kunnen daardoor gaan rotten en dat leidt tot problemen met de fundering. Om te voorkomen dat de bebouwing als gevolg daarvan verzakt zal de fundering vervangen of hersteld moeten worden. 
  • Wat zijn de maatschappelijke kosten als gevolg van veenbodemdaling?
    Lees verder
    Bodemdaling kan in de stedelijke omgeving leiden tot fysieke schade aan boven- en ondergrondse infrastructuur, openbare ruimte en gebouwen. Deze schade brengt maatschappelijke kosten met zich mee in de vorm van hogere beheer – en onderhoudskosten en een achteruitgang van kwaliteit Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft onderzoek gedaan naar de maatschappelijke kosten van veenbodemdaling. Dit heeft in 2016 geresulteerd in het rapport ‘Dalende bodems, stijgende kosten’ dat een zorgelijk beeld schetst. In dit rapport is berekend dat de extra kosten die gemaakt moeten worden voor het herstel van en onderhoud aan onder andere wegen, rioleringen, kabels en leidingen, kunnen oplopen tot 5,2 miljard euro in 2050. Uit een aanvullende studie van het Platform Slappe Bodem blijken gemeenten op slappe bodem tweemaal zoveel kosten te maken voor de openbare ruimte dan gemeenten op stevige bodem. Meer informatie over de maatschappelijke kosten van veenbodemdaling is ook te vinden in de studie ‘Kosten in beeld’ van het Platform Slappe Bodem. 
    Daarnaast is er volgens het PBL ten minste 16 miljard euro nodig voor het herstellen van funderingsschade. De grote droogte uit 2018 heeft geleid tot een sterke toename van woningen met funderingsproblemen. Niet alleen woningen op veengronden maar ook op klei en zelfs zand kregen te maken met scheurvorming en zetting. Op de website van het KCAF worden de volgende risico-aantallen in NL ingeschat:
    * Houten paalfunderingen: circa 750.000 woningen, waarvan 250.000 mogelijk een funderingsprobleem heeft of krijgt.
    * Woningen op staal: inschatting: circa 300.000 woningen, waarvan 150.000 mogelijk een funderingsprobleem heeft of krijgt.
    In totaal gaat het dan om 400.000 woningen. Deltares rekende eerder met een gemiddeld herstelbedrag van €56.000 (in 2013). De mogelijke schadepost bedraagt dan 22,4 miljard maar dit lijkt eerder een onderschatting dan een overschatting gezien de ontwikkeling van de marktprijzen en de toenemende schade als gevolg van droogte.
    Tot slot berekende het PBL dat de meerkosten voor zowel infrastructuur als bebouwing door bodemdaling in het landelijk gebied maximaal 1 miljard euro bedragen. Het effect van bodemdaling op de kosten van het waterbeheer zijn in vergelijking gering: naar schatting 200 miljoen euro (huidig prijspeil) over een periode van 40 jaar.
  • Wat zijn de maatschappelijke gevolgen van veenbodemdaling voor de openbare ruimte?
    Lees verder
    De effecten van de bodemdaling werken door in de bodem en datgene wat daar op staat (woningen), in ligt (fundering, infrastructuur) en op groeit (gewassen, natuur). Vanuit dat perspectief zijn maatschappelijke gevolgen voor de volgende opgavegebieden:
    1)  De openbare ruimte: overheden zoals gemeenten, waterschappen, provincies en rijk (RWS) worden geconfronteerd met kosten als gevolg van schade aan de openbare ruimte (bovengronds en ondergronds). Via lokale en algemene belastingen betalen de inwoners de kosten hiervoor. 
    2)  Privaat bebouwd gebied: particulieren en pandeigenaren worden geconfronteerd met kosten voor schade aan funderingen, gebouw en tuin en met kapitaalverlies als gevolg van deze schade. Herstelkosten zijn sterk afhankelijk van de situatie maar liggen voor funderingen bijvoorbeeld tussen de €50.000 en €120.000. Hoewel huiseigenaren verantwoordelijk zijn voor de staat van hun fundering, is het feit dat huiseigenaren niet altijd in staat zijn om deze kosten te dragen een maatschappelijk probleem. De ervaring leert namelijk dat niet alle gezinnen dergelijke bedragen kunnen betalen. 
    Op maatschappelijk vlak gaat het niet alleen over bodemdaling in de huidige context maar ook om bodemdaling in de context van de toekomstbestendige omgeving. Nederland staat de komende decennia voor grote maatschappelijke opgaven op het snijvlak van klimaat, (zoet)water, wonen, duurzaamheid, kringlooplandbouw en ruimtelijke inrichting (of landschappelijke kwaliteit). Zowel het landelijk als het stedelijk gebied moet in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig zijn ingericht. Daarnaast is de Nederlandse doelstelling om de uitstoot van CO2 te beperken tot 49% in 2030. Deze doelstelling is recent via de Klimaattafel vertaald naar een opgave voor het veenweidegebied van 1 megaton CO2 reductie in 2030.
  • Hoe kunnen we bodemdaling in de openbare ruimte gebied stoppen of remmen?
    Lees verder
    Voor bebouwd gebied is het stoppen van bodemdaling geen optie. Er zijn geen knoppen waarmee dit volledig tot stilstand kan worden gebracht. De bebouwing staat er al en blijft ook staan. Pas als de compactie van de ondegrond is voltooid stopt de daling van de bodem. Wel kan het tempo van zetting soms worden vertraagd. Dat kan bijvoorbeeld door niet op te hogen met zand in de openbare ruimte maar voor andere ophoogtechnieken te kiezen. Meer informatie over innovatieve ophoogtechnieken is te vinden in de factsheet van de deelexpeditie Innovatieve ophoogtechnieken. Hierin worden ook technieken genoemd voor nieuwbouw op slappe grond. Bij nieuwbouw kunnen slimme technieken worden toegepast om bodemdaling te voorkomen of sterk te beperken, bij voorkeur in combinatie met andere toekomstbestendige bouwmethoden.
  • Wat zijn de maatregelen om veenbodemdaling in de openbare ruimte te remmen of te stoppen?
    Lees verder
    Het werken met nieuwe ophoogtechnieken bij het aanleggen van infrastructuur bij reconstructie of nieuwbouw kan ervoor zorgen dat bodemdaling wordt tegengegaan. En bij nieuwbouw kan er op een geheel andere wijze ontwikkeld worden, waarbij niet alleen gekeken wordt naar de openbare ruimte maar ook naar de bouwmethode van woningen, aanleg van tuinen. Anders bouwen vereist ook een andere aanpak bij de start van nieuwbouwprojecten. Zowel in de afspraken tussen overheden en marktpartijen, als in de eisen die gesteld aan het stedenbouwkundig plan, de landschapsinpassing, de bouw- en woonrijpmethoden, het voorkomen van afwentelen van maatschappelijke kosten naar de beheerfase en rekening houden met andere duurzaamheidsthema’s. Meer informatie over innovatieve ophoogtechnieken is te vinden in de factsheet Innovatieve Ophoogtechnieken.
  • Wat zijn innovatieve ophoogtechnieken en wat heb je eraan?
    Lees verder
    Innovatieve ophoogtechnieken worden gebruikt om (ongelijkmatige) zetting, wat kan leiden tot schade aan openbare ruimte en infrastructuur, tegen te gaan. Zo wordt er gewerkt met lichte materialen, nieuwe stabilisatiemethodes of het afgraven van slappe bodem. Meer informatie over innovatieve ophoogtechnieken is te vinden in de factsheet Innovatieve Ophoogtechnieken.

Over het NKB

  • Wat doet het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling?
    Lees verder
    Nederland staat de komende decennia voor grote opgaven op het snijvlak van klimaat, (zoet)waterbeheer en ruimtelijke ordening. Ons land moet in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig zijn ingericht. Daarnaast is vanuit het Rijk de doelstelling vastgesteld om de uitstoot van CO2 te beperken tot 49% in 2030. Iedere sector moet daaraan bijdragen. Het verminderen van CO2-uitstoot door veenbodemdaling (de opgave is 1 mton CO2-eq) draagt ook bij aan het behalen van de doelstelling. Het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling (NKB) komt voort uit deze maatschappelijke opgave.
  • Wat is de missie van het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling?
    Lees verder
    Het NKB streeft naar een doelmatige aanpak van aan slappe bodem gerelateerde bodemdaling. Het NKB draagt bij aan een klimaatbestendige en (water)robuuste inrichting van landelijke en stedelijke gebieden met inachtneming van de maatschappelijk opgaven en transities en aandacht voor -de lessen van- het cultureel erfgoed. 
    Het NKB zet zich in om de kennis op te halen, te delen, te helpen ontwikkelen, te verbinden, te ontsluiten en daarmee te versterken, zodat het in de praktijk toegepast kan worden. Het NKB is de kennishub en het bodemdalingsloket van Nederland. 
    Het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling is een onafhankelijk kennisplatform en netwerkorganisatie waar de financiers en ambassadeurs de agenda bepalen. Het NKB financiert geen onderzoeken en bedrijft geen politieke lobby. Het is ook geen adviesbureau of onderwijsprogramma.