July 6, 2018

Natte teelten

De ontwikkeling van natte teelten zou kunnen bijdragen aan het afremmen van bodemdaling. Rond natte teelten leven nog veel vragen. Welke gewassen zijn kansrijk, welke teeltmethoden combineren goede opbrengsten met weinig bodemdaling? En hoe zit het met de uitstoot van broeikasgassen uit natte teelten. En economische factoren spelen ook een rol. Wanneer is dit voldoende rendabel voor een ondernemer, welke regelgeving moet daarvoor worden aangepast en onder welke condities staan financiers open voor dergelijke innovaties? Overheden, financiers en ondernemers hebben behoefte aan objectieve en relevante kennis over natte teelten. In 2018 is de Deelexpeditie Natte Teelten gestart waarin door middel van joint fact finding de benodigde informatie op tafel is gelegd en kennishiaten expliciet zijn gemaakt. In 2020 is de Deelexpeditie omgevormd tot een Kennismakelaarschap.

Kennismakelaar voor dit onderwerp is Roelof Westerhof.

Wonen in Lisdodde

PZH is bezig om i.s.m. Org-id/Bureau Verder en  Gerben Nij Bijvank, RVO duurzaam door, gemeente Krimpenerwaard en woningcorporatie Quawonen te komen tot toepassing van lisdodde bouwmateriaal in een showcase (in bouwprojecten/ bergingen van de woningcorporatie).

Dit filmpje laat het resultaat zien van de verkenning die de eerste helft van 2019 gedaan is naar een toepassing van lisdodde als bouwmateriaal.

In deze podcast, 'De plant als verbindende kracht' is te horen wat de tussenstand is van dit project. Er wordt ingezoomd op circulaire systeemverandering. Want, onze aarde is rond, en – dus letterlijk – een circulair systeem. Hans, Jan en Cees werken aan het project ‘Wonen in Lisdodde’, waarin een circulaire ketensamenwerking ontkiemt is en nu door groeit. Binnenkort wordt de lisdodde geoogst waar mee gebouwd gaat worden. Circulair ontwikkelen met de plant als verbindende kracht!
Te horen zijn Hans Slootweg van adviesbureau ORG-ID, Cees Bol van woningcorporatie QuaWonen en Jan Strijker van de Provincie Zuid Holland.

Resultaten

De Deelexpeditie heeft geresulteerd in een netwerk waarin verschillende partijen kennis delen, kennishiaten definiëren en kennis ontwikkelen.

 

De deelexpeditie natte teelten maakt de balans op en kijkt vooruit!

We werken in Nederland nu al 5 jaar aan de ontwikkeling van natte teelten. Daarbij hebben we veel aandacht besteed aan lisdodde. Tijd voor de deelexpeditie om de balans op te maken en vooruit te kijken. Wat hebben we geleerd en wat gaan we met deze lessen doen? Deelexpeditietrekker Roelof Westerhof is aan het woord.

Les 1: de ontwikkeling van lisdoddeproducten staat nog in de kinderschoenen
Het eerste natte teeltenhuisje van Nederland staat bij het Veenweiden Innovatiecentrum in Zegveld en gefinancierd door de provincie Zuid-Holland. Het was onze bedoeling dat het natte teeltenhuisje helemaal van lisdodde zou worden. Dat bleek te hoog gegrepen want door technische problemen kon geen geschikt lisdoddemateriaal worden geleverd. De bouwers vonden een oplossing in een bredere toepassing van materiaal uit natte teelten op een basis van Zwarte Els. Dit is ook een natte teelt. Lisdodde is gebruikt als isolatiemateriaal en er is lisdodde verwerkt in het biolaminaat aan de binnenkant van de wanden. Dit is waar we nu staan wat betreft productontwikkeling - aan de innovatiekant en nog niet aan de uitrolkant. Op de website van het VIC is er meer te lezen over het natte teeltenhuisje.

Les 2: het stoppen van de uitstoot van broeikasgassen is net even anders dan het stoppen van bodemdaling
We begonnen onze zoektocht naar natte teelten met als doel landgebruik te combineren met het tegengaan van bodemdaling. We keken bij de selectie van gewassen daarom vooral naar moerasgewassen die groeien bij water op of aan maaiveld. Denk aan lisdodde, veenmos, Azolla en riet. Sindsdien is er, mede vanuit het Klimaatakkoord, meer aandacht gekomen voor tegengaan van de uitstoot van broeikasgassen. En dat verandert iets aan onze zoektocht naar gewassen.

In veen spelen drie processen een rol bij de uitstoot van broeikasgassen:

  • Koolstofdioxide (CO2) ontstaat door oxidatie van drooggelegd veen. Hoe lager de grondwaterstand is, hoe hoger de CO2-uitstoot (en hoe meer bodemdaling).
  • De uitstoot van lachgas (N2O) kan ontstaan tijdens nitrificatie en denitrificatie van stikstofverbindingen in de bodem. De kans hierop neemt toe bij meer bemesting en meer voedingsstoffen in de bodem.
  • De uitstoot van methaan (CH4, moerasgas) ontstaat door afbraak van organisch materiaal onder zuurstofarme (natte) omstandigheden.

De uitstoot van CO2 neemt af als veen natter wordt en de uitstoot van methaan neemt dan toe. Methaan heet niet voor niks moerasgas. Er zijn aanwijzingen dat de uitstoot van broeikasgassen uit veen het laagst is bij grondwaterstanden rond 10-25 cm onder maaiveld. Dit is gebaseerd op voorlopig onderzoek en meer onderzoek is nodig. Daarom willen we in 2020 ook naar gewassen kijken die bij een range van 10-25 cm onder maaiveld goed groeien. Dan kom je bij andere gewassen en teeltmethoden uit. De uitstoot van methaan en lachgas hangt overigens ook af van de lokale bodemeigenschappen, het waterbeheer en het gewas af. Er is nog weinig bekend over welke landbouwpraktijken de uitstoot van methaan en lachgas uit natte teelten kunnen beperken. We willen graag dat daar meer onderzoek naar komt en zijn blij dat het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV) ook aan natte teelten meet.

Les 3: het Europees landbouwbeleid stimuleert voer- en voedselgewassen en remt vezelgewassen. We hebben gemerkt dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU belangrijk is voor het succes van natte teelten. Dit heeft te maken met hectarevergoedingen die boeren krijgen voor landbouwgewassen. Daarom is de deelexpeditie Natte Teelten betrokken geweest bij onderzoek van RVO en het ministerie van LNV naar de mogelijkheden om lisdodde mee te tellen als landbouwgewas.

In 2019 werd duidelijk dat de EU vezelgewassen, zoals lisdodde, voorlopig niet ziet als landbouwgewas. Boeren die omschakelen van gras naar lisdodde lopen dus landbouwsubsidies mis. Alleen voor de vezelgewassen hennep en vlas is bij de oprichting van de EU een uitzondering gemaakt. Hoewel we doorgaan met de lisdoddeteelt – want beleid kan veranderen - willen we ons in 2020 dan ook meer richten op voer- en voedselgewassen.

Kennisexpeditie - met rietsnijders de kansen van riet ontdekken

In een gesprek met Wout van de Belt, rietsnijder in Overijssel, verkenden de aanwezigen de overeenkomsten en verschillen tussen de teelt van riet en andere natte teelten zoals lisdodde. De uitkomsten waren verrassend want hoewel we riet altijd associëren met natuurbeheer zijn er goede redenen om de kansen van riet als landbouwgewas te verkennen. Vier punten kwamen naar voren tijdens het gesprek:

1. Er is grote behoefte aan riet en riethandelaren importeren riet: 65- 75% van het riet dat wordt gebruikt komt uit het buitenland. Volgens een artikel in de Volkskrant komt 1/3 van de Nederlandse behoefte inmiddels uit China want dit is goedkoper en ook van goede kwaliteit.

2. Riet groeit onder natte omstandigheden en vormt een wortelmat die steeds dikker wordt. Bodemdaling stopt. We denken dat CO2 wordt vastgelegd en weten nog onvoldoende over methaanproductie door rietvelden.

3. De combinatie van productie van riet met natuurbeheer is mogelijk. Door het oogsten van riet verschraalt het rietland, dit levert op termijn minder riet op maar wel hoger gewaardeerde natuur. Van de Belt haalt nu nog de helft van de productie die zijn vader vroeger van een rietveld haalde. Rietsnijders vinden dat ze vanwege de teruglopende productie en de hogere natuurwaarde wel een hogere beheervergoeding mogen ontvangen.

4. Rietsnijders hebben al veel ervaring met mechanisatie van oogsten en vanwege de groeiwijze van riet levert gebruik van machines minder problemen op dan bij lisdodde.

Deze punten roepen de vraag op of landbouwkundige teelt van riet die is gericht op goede opbrengsten en topkwaliteit kan concurreren met buitenlands riet. Een passend onderwerp voor de deelexpeditie Natte Teelten.

De presentatie kan u hier vinden.

Bijeenkomsten 2019

In 2018 en tijdens de eerste bijeenkomst van 2019 hebben we de factsheet natte teelten ontwikkeld. De ontwikkelingen staan niet stil en op  13 juni vond de tweede bijeenkomst plaats. De resultaten van het project Veen, Voer en Verder stonden centraal. De discussie richtte zich vooral op het ontwikkelen van praktische teeltkennis gericht op de optimale kwaliteit voor de afnemer. Tijdstip  en manier van oogsten waren belangrijke discussiepunten. En wat moet er daarna nog gebeuren (hakselen, scheiden pluim, blad en steel, drogen)? Om hierbij goede keuzes te kunnen maken is kennis nodig van de volgende stap in de productieketen. Dat is onderwerp van de volgende sessie waarin we deze vragen met ontwikkelaars van producten bespreken. Welke manier van telen  en voorbewerken leiden tot optimaal uitgangsmateriaal voor de verwerkers?

In 2018 en begin 2019 was er veel aandacht voor lisdoddeteelt. Dat was logisch vanwege de snelle ontwikkelingen op dat vlak. In 2019 willen we ook verder verbreden door te kijken naar andere teelten. We denken daarbij vooral aan:

  • Veenmos in combinatie met cranberries. Deze combinatie komt in natuurgebieden al voor. Hier liggen kansen om natuurbeheer te combineren met productie.
  • Gras onder natte omstandigheden.
  • Riet.

Tijdens de sessie natte teelten op de Kennisexpeditie Bodemdaling op 28 juni stond riet in het middelpunt en deelden twee riettelers hun ervaringen met deze grootste en oudste natte teelt.