July 2, 2019

Broeikasgassen Veenweiden

Op 29 juni 2020 staat de eerste bijeenkomst van de deelexpeditie Broeikasgassen Veenweiden gepland. Het doel van de deelexpeditie is het uitwisselen van kennis over broeikasgasemissies uit veenbodems. Daarnaast zullen de deelnemers in kaart brengen welke vragen er leven rondom broeikasgasuitstoot uit veenweiden en aan welke kennis nog behoefte is. De deelexpeditie wordt georganiseerd in samenwerking met het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV).

Trekkers van deze deelexpeditie zijn Pui Mee Chan, tevens programmaleider van het NOBV, en Gilles Erkens, trekker van het onderzoeksconsortium van het NOBV. Zij zijn tevens de projectleiders van het NOBV. Tijdens het Nationaal Congres Bodemdaling in november 2019 vond de kick-off van de deelexpeditie Broeikasgassen plaats. De presentatie is hier te vinden. Wilt u meer weten over het NOBV, klik dan hier.

Op 14 december 2020 was de tweede (online) bijeenkomst van de Deelexpeditie Broeikasgassen Veenweiden, deze keer in samenwerking met de Vrije Universiteit. Er werd een overzicht van de lopende onderzoeken vanuit de VU naar de effecten van maatregelen op broeikasgasemissies gegeven. Daarnaast kwam het Peatland-VU en de complexiteit van het modelleren van CO2- en methaanfluxen uit de bodem aan de orde en werd er ingezoomd op een onderzoek naar de effecten van waterbeheer en het (klimatologisch en hydrologisch) milieu op condities voor microben om daarmee de kwetsbaarheid van veenbodems in te schatten.

 

Voor het NOBV-NKB webinar van 29 juni 2020 werden aan aantal vlogs opgenomen in het veld. Hier is te zien hoe op verschillende manieren broeikasgassen gemeten worden op een aantal plaatsen in Nederland.

 

 

Wat doet de Regiegroep veenweiden?
Chris van Naarden (ministerie LNV) geeft antwoord op deze vraag
en geeft uitleg over broeikasgas reductie.

 

 

 

Haalbaarheidsonderzoeken NOBV

Het NOBV heeft, naast het onderzoek dat zich richt op het kwantificeren van broeikasgasemissies in de veenweidebodem en het bepalen van de effectieve maatregelen, in 2020 ook de technische en maatschappelijke haalbaarheid van maatregelen geïnventariseerd. Daarbij is ook in kaart gebracht wat er nodig is om maatregelen haalbaar te maken. Hiertoe is vanuit zes verschillende perspectieven gekeken naar de haalbaarheid van maatregelen. Hieronder kunt u doorklikken naar de betreffende rapporten:

In deze zes deelonderzoeken zijn de factoren bepaald die van invloed zijn op de haalbaarheid van maatregelen en is gekeken of hierover voldoende kennis beschikbaar is of dat er sprake is van een kennisleemte. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd in de periode juni-oktober 2020. De kennisontwikkeling over maatregelen in het veenweidegebied gaat ontzettend snel, omdat er op veel plekken kennis wordt ontwikkeld over mogelijke maatregelen. Omdat deze ontwikkeling zo snel gaan, zijn de meest recente ontwikkelingen niet verwerkt in de rapportages, maar wel van belang om in ogenschouw te nemen bij een eventuele verdere uitwerking van de kennisleemtes.

 

Kennisexpeditie 2019

Tijdens de Kennisexpeditie Bodemdaling in juni 2019 in Gouda werd in de Deelexpeditie Broeikasgassen het belang van goede metingen aan broeikasgasuitstoot in veengebied breed onderschreven, zeker in het licht van actuele klimaatafspraken. Aandachtspunt blijft wel dat broeikasgasemissie en bodemdaling niet per se één op één gekoppeld zijn: een maatregel kan heel effectief zijn tegen het ene probleem, maar het effect op het andere probleem is dan niet automatisch bewezen.

We hebben veel nadruk gelegd op de dingen die nog onderzocht en gemeten moeten worden en op de noodzaak van meerjarig meten. We merkten dat dit soms leidde tot bezorgdheid: kan er wel beleid gemaakt worden als er nog zoveel onduidelijk is? Hoewel we veel belang hechten aan de noodzaak van lange, uniforme metingen, moet ook benadrukt worden dat er al wel degelijk kennis is op basis waarvan gehandeld kan worden, zolang we maar niet bang zijn af en toe fouten te maken. Dit kan in volgende sessies meer aandacht krijgen.

Er kwamen veel vragen over het omgaan met ruimtelijke heterogeniteit: hoe gaan we om met grote lokale verschillen in samenstelling van het veen en verschillen in gebruik van de grond? We ondervangen met ons huidige meetprogramma een behoorlijk deel van deze heterogeniteit doordat er bij de selectie van de locaties rekening is gehouden met diversiteit in bodemopbouw en grondgebruik. Als we het meetprogramma later kunnen opschalen, kunnen we met minder uitgebreide meetopstellingen meer locaties bemeten.

De presentatie is hier te vinden.