Privaat bebouwd gebied: uitdagingen en oplossingen

Wat zijn de gevolgen van veenbodemdaling voor privaat bebouwd gebied

Lees verder
In stedelijk gebied ontstaat bodemdaling vooral door zetting: de veengrond wordt samengedrukt door bebouwing, infrastructuur en andere belasting. Om de ondergrond geschikt te maken voor bijvoorbeeld bebouwing, parken en wegen worden er vaak materialen gebruikt die zwaarder zijn dan het oorspronkelijke veen, bijvoorbeeld zand of puin. Door het extra gewicht van deze materialen en de bebouwing wordt de bodem samengedrukt. Dit samendrukkingsproces kost tijd en gaat vaak ook nog wel een tijdje door nadat een gebied is ingericht. Dit kan schade veroorzaken als bebouwing, infrastructuur, rioleringen, kabels, leidingen en de openbare ruimte hier niet op berekend zijn. Om verzakking tegen te gaan zijn gebouwen vaak onderheid. Daar zijn over de loop der jaren verschillende methoden voor gebruikt, bijvoorbeeld houten of betonnen palen. Niet onderheide bebouwing (we noemen dat gefundeerd op staal) zakt met het veen mee. Het probleem daarbij is dat een gebouw vaak niet overal met dezelfde snelheid zakt, waardoor binnen het gebouw of zelfs binnen een huizenblok scheuren kunnen ontstaan. Ook kunnen zettingsverschillen ontstaan tussen onderheide gebouwen en niet onderheide gebouwen. Daarnaast kan infrastructuur ongelijk zakken, zowel bovengronds (wegen) als ondergronds (riolering, kabels en leidingen). Dit leidt tot problemen met infrastructuur zoals bijvoorbeeld leidingbreuken of kapotte wegen, maar ook tot overlast vanwege kuilen en scheuren in het wegdek waar langdurig (grote) plassen in blijven staan.Om wateroverlast door een zakkende omgeving en gebouwen te voorkomen kan het nodig zijn het grondwaterpeil naar beneden aan te passen. Een daling van het grondwaterpeil leidt er echter ook toe dat er zuurstof bij de heipalen komt. Houten heipalen kunnen daardoor gaan rotten en dat leidt tot problemen met de fundering. Om te voorkomen dat de bebouwing als gevolg daarvan verzakt zal de fundering vervangen of hersteld moeten worden. 

Wat zijn de maatschappelijke kosten als gevolg van veenbodemdaling? 

Lees verder
Bodemdaling kan in de stedelijke omgeving leiden tot fysieke schade aan boven- en ondergrondse infrastructuur, openbare ruimte en gebouwen. Deze schade brengt maatschappelijke kosten met zich mee in de vorm van hogere beheer – en onderhoudskosten en een achteruitgang van kwaliteit Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft onderzoek gedaan naar de maatschappelijke kosten van veenbodemdaling. Dit heeft in 2016 geresulteerd in het rapport ‘Dalende bodems, stijgende kosten’ dat een zorgelijk beeld schetst. In dit rapport is berekend dat de extra kosten die gemaakt moeten worden voor het herstel van en onderhoud aan onder andere wegen, rioleringen, kabels en leidingen, kunnen oplopen tot 5,2 miljard euro in 2050. Uit een aanvullende studie van het Platform Slappe Bodem blijken gemeenten op slappe bodem tweemaal zoveel kosten te maken voor de openbare ruimte dan gemeenten op stevige bodem. Meer informatie over de maatschappelijke kosten van veenbodemdaling is ook te vinden in de studie ‘Kosten in beeld’ van het Platform Slappe Bodem. 
Daarnaast is er volgens het PBL ten minste 16 miljard euro nodig voor het herstellen van funderingsschade. De grote droogte uit 2018 heeft geleid tot een sterke toename van woningen met funderingsproblemen. Niet alleen woningen op veengronden maar ook op klei en zelfs zand kregen te maken met scheurvorming en zetting. Op de website van het KCAF worden de volgende risico-aantallen in NL ingeschat:
* Houten paalfunderingen: circa 750.000 woningen, waarvan 250.000 mogelijk een funderingsprobleem heeft of krijgt.
* Woningen op staal: inschatting: circa 300.000 woningen, waarvan 150.000 mogelijk een funderingsprobleem heeft of krijgt.
In totaal gaat het dan om 400.000 woningen. Deltares rekende eerder met een gemiddeld herstelbedrag van €56.000 (in 2013). De mogelijke schadepost bedraagt dan 22,4 miljard maar dit lijkt eerder een onderschatting dan een overschatting gezien de ontwikkeling van de marktprijzen en de toenemende schade als gevolg van droogte.
Tot slot berekende het PBL dat de meerkosten voor zowel infrastructuur als bebouwing door bodemdaling in het landelijk gebied maximaal 1 miljard euro bedragen. Het effect van bodemdaling op de kosten van het waterbeheer zijn in vergelijking gering: naar schatting 200 miljoen euro (huidig prijspeil) over een periode van 40 jaar. 

Wat zijn de maatschappelijke gevolgen van veenbodemdaling? 

Lees verder
De effecten van de bodemdaling werken door in de bodem en datgene wat daar op staat (woningen), in ligt (fundering, infrastructuur) en op groeit (gewassen, natuur). Vanuit dat perspectief zijn maatschappelijke gevolgen voor drie opgavegebieden:
1)  De openbare ruimte: overheden zoals gemeenten, waterschappen, provincies en rijk (RWS) worden geconfronteerd met kosten als gevolg van schade aan de openbare ruimte (bovengronds en ondergronds). Via lokale en algemene belastingen betalen de inwoners de kosten hiervoor. 
2)  Privaat bebouwd gebied: particulieren en pandeigenaren worden geconfronteerd met kosten voor schade aan funderingen en met kapitaalverlies als gevolg van deze schade. Herstelkosten zijn sterk afhankelijk van de situatie maar liggen vaak tussen den €50.000 en €100.000. Hoewel huiseigenaren verantwoordelijk zijn voor de staat van hun fundering, is het feit dat huiseigenaren niet altijd in staat zijn om deze kosten te dragen een maatschappelijk probleem. De ervaring leert namelijk dat gezinnen dan in de schuldsanering terecht kunnen komen.
3)  Landelijk gebied: agrariërs worden geconfronteerd met het spanningsveld waarbij een lage grondwaterstand nodig is voor de bedrijfsvoering maar deze leidt tot bodemdaling met alle gevolgen van dien (ongelijkmatige hoogteverschillen, schade aan gebouwen en infrastructuur en broeikasgasuitstoot). 
Op maatschappelijk vlak gaat het niet alleen over bodemdaling in de huidige context maar ook om bodemdaling in de context van de toekomstbestendige omgeving. Nederland staat de komende decennia voor grote maatschappelijke opgaven op het snijvlak van klimaat, (zoet)water, wonen, duurzaamheid, kringlooplandbouw en ruimtelijke inrichting (of landschappelijke kwaliteit). Zowel het landelijk als het stedelijk gebied moet in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig zijn ingericht. Daarnaast is de Nederlandse doelstelling om de uitstoot van CO2 te beperken tot 49% in 2030. Deze doelstelling is recent via de Klimaattafel vertaald naar een opgave voor het veenweidegebied van 1 megaton CO2 reductie in 2030. 

Hoe kunnen we bodemdaling in privaat bebouwd gebied stoppen of remmen? 

Lees verder
Voor bebouwd gebied is het stoppen van bodemdaling feitelijk geen optie. Er kan aan minder knoppen gedraaid worden omdat de bebouwing er al staat en over het algemeen blijft staan. Wel kan het tempo van zetting soms worden vertraagd. Dat kan bijvoorbeeld door niet op te hogen met zand in de openbare ruimte maar voor andere ophoogtechnieken te kiezen. Meer informatie over innovatieve ophoogtechnieken is te vinden in de factsheet van de deelexpeditie Innovatieve ophoogtechnieken. Hierin worden ook technieken genoemd voor nieuwbouw op slappe grond. Bij nieuwbouw kunnen slimme technieken worden toegepast om bodemdaling te voorkomen of sterk te beperken, bij voorkeur in combinatie met andere toekomstbestendige bouwmethoden.  

Wat zijn de maatregelen om bodemdaling in privaat bebouwd gebied stoppen of remmen? 

Lees verder
Het werken met nieuwe ophoogtechnieken bij het aanleggen van infrastructuur bij reconstructie of nieuwbouw kan ervoor zorgen dat bodemdaling wordt tegengegaan. En bij nieuwbouw kan er op een geheel andere wijze ontwikkeld worden, waarbij niet alleen gekeken wordt naar de openbare ruimte maar ook naar de bouwmethode van woningen, aanleg van tuinen. Anders bouwen vereist ook een andere aanpak bij de start van nieuwbouwprojecten. Zowel in de afspraken tussen overheden en marktpartijen, als in de eisen die gesteld aan het stedenbouwkundig plan, de landschapsinpassing, de bouw- en woonrijpmethoden, het voorkomen van afwentelen van maatschappelijke kosten naar de beheerfase en rekening houden met andere duurzaamheidsthema’s. Meer informatie over innovatieve ophoogtechnieken is te vinden in de factsheet Innovatieve Ophoogtechnieken.  

Wat zijn innovatieve ophoogtechnieken en wat heb je eraan? 

Lees verder
Innovatieve ophoogtechnieken worden gebruikt om (ongelijkmatige) zetting, wat kan leiden tot schade aan openbare ruimte en infrastructuur, tegen te gaan. Zo wordt er gewerkt met lichte materialen, nieuwe stabilisatiemethodes of het afgraven van slappe bodem. Meer informatie over innovatieve ophoogtechnieken is te vinden in de factsheet Innovatieve Ophoogtechnieken.  

Is er een checklist klimaat adaptief bouwen? 

Lees verder
Raadpleeg hiervoor de website: bouw adaptief  https://www.urbangreenbluegrids.com/bouwadaptief. Hier vind je informatie over de afspraken die partijen in Zuid-Holland hierover gemaakt hebben.  

Wordt er in één van de deelexpedities (nieuwbouw op slappe bodem of Innovatieve ophoogtechnieken) ook gekeken naar andere bouwtechnieken. Lichter bouwen (houtbouw) en kruipruimtevrij bouwen zou ophoogmateriaal in mindere mate noodzakelijk maken. 

Lees verder
In de deelexpeditie bouwen op slappe bodem zal worden gekeken welke minimale eis kan worden gesteld aan het bouwplan / de bouw opdat kan worden gesteld dat er voldoende rekening gehouden is met het aspect bodemdaling. Mogelijk dat innovatieve ophoogtechnieken zijdelings ter sprake komen. In de deelexpeditie innovatieve ophoogmaterialen zullen innovatieve technieken zeker aandacht krijgen.  

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *