Landelijk gebied: uitdagingen en oplossingen

Wat zijn de gevolgen voor veenbodemdaling in landelijk gebied?

Lees verder
Veenbodemdaling in het landelijk gebied heeft verschillende gevolgen. Doordat de bodem daalt en veenweiden steeds lager komen te liggen, kunnen er problemen ontstaan in het waterbeheer. Door toenemende hoogteverschillen wordt het moeilijker om het water in hooggelegen gebieden op peil te houden; water lekt via de bodem weg naar lager gelegen gebieden. Daardoor kan in hoger gelegen (natuur)gebieden verdroging optreden. 
Een ander probleem kan kwel zijn. Wanneer de bodem van een gebied ver gedaald is ten opzichte van de omgeving kan er kwel optreden. Grondwater komt dan omhoog doordat de druk vanuit de omgeving toeneemt. Dat kan leiden tot wellen (natte plekken) in het land en het opbarsten van slootbodems. De extra aanvoer van water door kwel zorgt voor hogere bemalingskosten. Dit probleem doet zich vooral voor in droogmakerijen waar het veen (grotendeels) is weggegraven voor de winning van brandstof en die daardoor meters lager liggen dan de omgeving. 
Een ander belangrijk aspect van veenbodemdaling in landelijk gebied is dat er bij de veenafbraak het broeikasgasgas CO2 vrijkomt. Door het onttrekken van water aan de bodem komt de veengrond in contact komt met zuurstof en oxideert het veen. Daarbij wordt de organische stof omgezet in koolstofdioxide (CO2).  De uitstoot van CO2 heeft effect op het klimaat. Uit veen kan ook methaan of moerasgas (CH4) vrijkomen. Dat gebeurt juist onder zuurstofloze omstandigheden. Ook lachgas (N2O) kan onder invloed van verschillende factoren vrijkomen. 
Bodemdaling kan, vooral door zetting, leiden tot problemen met infrastructuur. Doordat wegen, kabels en leidingen zakken, kan er schade ontstaan aan wegen en treden er problemen op zoals leidingbreuken. Daarnaast kan in landelijk gebied de bedrijfsvoering voor agrariërs lijden onder de gevolgen van veenbodemdaling. Wanneer opbarsting of wellen optreedt vermindert de productiviteit en betreedbaarheid van gronden en ook de waterkwaliteit kan achteruit gaan. In extreme gevallen zullen agrariërs op zoek moeten naar alternatieve vormen van bedrijfsvoering zoals natte teelten

Wat is de relatie tussen bodemdaling en het klimaat?

Lees verder
Door het onttrekken van water aan de bodem komt de veengrond in contact met zuurstof en oxideert het veen. Dit is een biologisch proces waarbij de organische stof door bodemleven wordt omgezet in koolstofdioxide (CO2).  Deze uitstoot van CO2 heeft effect op het klimaat. Uit veen kan daarnaast ook methaan of moerasgas (CH4) vrijkomen. Dat gebeurt juist onder zuurstofloze omstandigheden. Ook het broeikasgas lachgas (N2O) kan onder invloed van verschillende factoren vrijkomen. 
Lachgas en methaan zijn nog veel schadelijker voor het milieu dan CO2. De broeikasgassen worden uitgedrukt in CO2-equivalent (CO2-eq). Dit is een meeteenheid die gebruikt wordt om het opwarmend vermogen (‘global warming potential’) van broeikasgassen weer te geven. In deze methode wordt is CO2 het referentiegas, waartegen andere broeikasgassen gemeten worden. Aangenomen wordt dat bij eenzelfde hoeveelheid gas het opwarmend vermogen van CH25 keer hoger is dan dat van CO2. 1 ton CH4 is dan gelijk aan met 25 ton CO2-equivalenten.
Wat de exacte huidige uitstoot is en welke factoren daarop van invloed zijn is nog niet duidelijk. Wel is in het Klimaatakkoord afgesproken dat de veengebieden voor 2030 1 Megaton CO2-ton uitstoot moeten reduceren. Met het oog daarop is er in 2019 een landelijk onderzoek gestart naar de uitstoot van broeikasgassen uit veenbodems: het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV). Hierin wordt onderzocht wat de huidige broeikasgasuitstoot uit verschillende veenbodems is en welk effect verschillende maatregelen tegen veenafbraak hebben op de uitstoot. Op basis daarvan zal in kaart worden gebracht hoe er voor de toekomst betere voorspellingen gedaan kunnen worden over broeikasgasemissies uit veen. Meer informatie over het NOBV is te vinden in de factsheet van het Onderzoeksprogramma. 
Bodemdaling leidt dus tot broeikasgasemissies, wat bijdraagt aan klimaatverandering. Omgekeerd kan klimaatverandering ook de bodemdaling versterken. Veenafbraak verloopt sneller bij hogere temperaturen. In periodes van extreme droogte zal de grondwaterstand nog verder zakken, wat weer tot meer veenafbraak kan leiden. Maatregelen om bodemdaling te beperken door vernatting vragen juist meer water. Extremen in droogte en temperatuur als gevolg van klimaatverandering kunnen de effectiviteit van maatregelen dus juist tegengaan.

Hoe kunnen we veenbodemdaling stoppen of remmen?

Lees verder
Er wordt veel onderzoek gedaan naar maatregelen om bodemdaling te remmen of te stoppen. Het vernatten van de bodem remt de bodemdaling en kan bij extreme vernatting de bodemdaling stoppen omdat er dan geen oxidatie meer plaatsvindt. Een negatief effect daarvan kan zijn dat de methaanemissie toeneemt. Dit is een van de aspecten die onderzocht wordt in het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV). Meer informatie hierover is te vinden in de factsheet van het NOBV.
Extreme vernatting van de bodem kan bodemdaling stoppen, maar maakt ook de huidige landbouw onmogelijk. Het biedt echter wel mogelijkheden voor andere vormen van landbouw zoals natte teelten. De ontwikkeling daarvan staat echter nog in de kinderschoenen. Meer informatie daarover is te vinden in de factsheet van de deelexpeditie Natte teelten.

Wat zijn de maatregelen om veenbodemdaling te stoppen of te remmen?

Lees verder
In het landelijk gebied kan onderwaterdrainage of drukdrainage helpen om de grondwaterstand te verhogen waardoor bodemdaling door veenafbraak geremd wordt. Daardoor kan het huidige landgebruik in stand blijven. Meer informatie hierover is te vinden in de factsheet Onderwater- en drukdrainage. Daarnaast lopen er onderzoeken met natte teelten: gewassen die onder natte omstandigheden goed groeien. De ontwikkeling daarvan staat echter nog in de kinderschoenen. Meer informatie hierover is te vinden in de factsheet Natte teelten. Ook het verhogen van slootpeilen of het realiseren van natte natuur zijn maatregelen. Naast vernatting wordt het toevoegen van klei aan de veenbodem onderzocht als maatregel die veenafbraak afremt. Ook in de bedrijfsvoering wordt gezocht naar maatregelen, bijvoorbeeld andere grassoorten zodat er een stevigere grasmat ontstaat, of lichtere koeien. 

Wat zijn natte teelten?

Lees verder
Natte teelten zijn gewassen die onder natte omstandigheden goed groeien. Doordat er geen of minder water aan de bodem onttrokken hoeft te worden kan bodemdaling worden geremd. De bekendste natte teelten waarmee proeven naar het remmen van bodemdaling worden gedaan zijn Azolla, lisdodde en cranberry. Meer informatie over natte teelten is te vinden in de factsheet Natte teelten.  

Wat is onderwaterdrainage en hoe helpt dit tegen bodemdaling?

Lees verder
Bij onderwaterdrainage worden er evenwijdige geperforeerde buizen (drainagebuizen) in de bodem aangebracht die onder slootpeil in de sloot uitkomen. De buizen zijn bedoeld voor infiltratie in droge periodes. In natte periodes werken de drainerend. Daardoor is er meer invloed op de grondwaterstand waardoor bodemdaling kan worden tegengegaan. Meer informatie over onderwaterdrainage is te vinden in de factsheet Onderwater- en drukdrainage.  

Wat is drukdrainage en hoe helpt dit tegen bodemdaling?

Lees verder
Bij drukdrainage worden er in de bodem evenwijdige geperforeerde buizen (drainagebuizen) aangebracht die uitkomen op een waterreservoir. Het water in het waterreservoir kan met een pomp hoger worden gezet dan de sloot waardoor er meer druk op de drainagebuizen ontstaat en effectiever vernat kan worden. Door op deze manier verdroging tegen te gaan kan bodemdaling geremd worden. Meer informatie over drukdrainage is te vinden in de factsheet Onderwater- en drukdrainage.  

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *