Historische context

Waar komt bodemdaling voor?

Lees verder
Kust- en deltagebieden over de hele wereld hebben te maken met bodemdaling. De bodem van een groot deel van Nederland bestaat uit slappe klei- en veenlagen. Die bodem daalt voortdurend, op sommige plaatsen zelfs sneller dan de zeespiegel stijgt. Bodemdaling als gevolg van slappe bodem komt vooral voor in de provincies Noord- en Zuid-Holland, Utrecht, Flevoland, Overijssel, Friesland en Drenthe. De ondergrond van Nederland is in sterke mate beïnvloed door menselijk handelen. De grootste veranderingen traden op in de veen- en kleigebieden (de ‘slappe bodems’) waar de bodem de afgelopen 1000 jaar zo’n 10 meter is gedaald. Bodemdaling gaat ook vandaag de dag door. Hoewel het overgrote deel van de Nederlandse bodembeweging bestaat uit daling, zijn er enkele gebieden, met name in het oosten en zuiden van het land, die stijgen.

Hoe zag het landschap er oorspronkelijk uit?

Lees verder
Voordat de ontginningen tot stand kwamen bestond het landschap uit uitgestrekte en veengebieden. Deze gebieden – de zogenaamde woeste gronden- waren te nat voor woningbouw en landbouw. Al sinds de Romeinse tijd werden deze door middel van sloten ontwaterd om ze voor korte of langere tijd te kunnen gebruiken. De huidige Nederlandse veenweidegebieden zijn vooral in de middeleeuwen ontgonnen tijdens de zogenaamde Grote ontginning.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *