Grondwaterpeil en bodemdaling

Wat zijn de gevolgen van grondwaterstandverhoging of -verlaging voor bodembeweging?

Lees verder

Als de grondwaterstand verlaagd wordt kan bodemdaling optreden, als deze verhoogd wordt kan zwel optreden. (afhankelijk van de bodemopbouw)
Bodemdaling
Het verhogen of verlagen van de grondwaterstand heeft invloed op de korrelspanning in de bodem. De term korrel duidt op de vaste delen van een bodem; dit kunnen zandkorrels, kleideeltjes en/of plantenvezels zijn. De korrelspanning op een bepaald niveau in de bodem wordt bepaald door de druk van alle boven dit niveau gelegen bodemlagen minus de druk van het grondwater op dat niveau. Door het verlagen van de grondwaterstand neemt de druk van het grondwater af, en neemt de korrelspanning toe (er wordt meer gewicht gedragen door de vaste delen in de bodem, het ‘korrelskelet’, en minder door het water (of gas) in de poriën), waardoor de vaste delen naar elkaar toe gedrukt worden: er treedt verdichting op en de porieruimte neemt af. Dit vertaalt zich in een afname van de dikte van de bodemlagen, wat voor bodemdaling zorgt.
Zwel
Omgekeerd, als de waterdruk toeneemt door het verhogen van de grondwaterstand neemt de effectieve spanning af waardoor de bodem doorgaans in dikte zal toenemen (zwellen). Omdat veen en klei sterk samendrukbaar zijn heeft het verlagen van de waterdruk in deze gronden relatief veel invloed op verdichting van de bodem, vergeleken met bijvoorbeeld zandgronden. Daarnaast kan zuurstof door grondwaterstandverlaging dieper de bodem indringen omdat zuurstof transport in lucht 10.000 keer sneller gaat dan in water. 

Wat is de relatie tussen ontwatering in de landbouw en bodemdaling in de stad

Lees verder
Bebouwd gebied heeft een ander (grond)waterpeilbeheer dan de omliggende landbouwgebieden. Dat is niet aan elkaar gekoppeld. Alleen is er sprake is van zeer grote peilverschillen, bijvoorbeeld bij een diepgelegen polder zoals een droogmakerij naast bebouwd gebied, kan het (diepere) grondwater wegstromen waardoor de grondwaterstand in het nabijgelegen bebouwd gebied daalt. 

Wat is de relatie tussen grondwaterpeil en schade in de stad

Lees verder

Bebouwing: Een dalende grondwaterstand kan bij houten paal funderingen zorgen voor droogstand; het hoogst gelegen funderingshout komt droog te staan waardoor zuurstof bij het hout komt en het verrottingsproces in gang gezet wordt. Na 10 jaar cumulatieve droogstand is doorgaans het hout weggerot en is er een funderingsproblemen ontstaan. 
Bij een niet onderheide fundering draagt een lagere grondwaterstand bij aan een gunstigere ontwateringsdiepte. Door het verlagen van de grondwaterstand (wet van Archimedes) wordt de bovenliggende grond op die plek weer zwaarder, waardoor er een nieuwe belasting is gecreëerd zonder nieuwe grond aan te brengen. Het gevolg is consolidatie van cohesieve gronden dat leidt (verschil)zakken van het niet onderheide gebouwd. 
Infrastructuur: Een verlaging van de grondwaterstand leidt tot een verdergaande bodemdaling, tot er een nieuw evenwicht is ontstaan. Zie kopje bodemdaling voor infrastructuur. 

Wordt paalrot veroorzaakt door bodemdaling in het landelijk gebied?

Lees verder

Paalrot ontstaat als de grondwaterstand bij bebouwing zakt tot onder het niveau van de houten palen. Onder invloed van zuurstof worden schimmels actief en kan het hout gaan wegrotten. Dit proces heet paalrot. Aantasting van houten palen door bacteriën (palenpest) staat los van de hoogte van de grondwaterstand. 
Stedelijk/bebouwd gebied
Alleen bij zeer grote peilverschillen tussen landelijk gebied en stedelijk gebied zal het grondwater in bebouwd gebied moeilijk hoog te houden zijn en kan er als gevolg van een lage grondwaterstand paalrot ontstaan. In de stad kunnen te lage grondwaterstanden worden veroorzaakt door een slechte staat van de riolering (lekke riolering), waardoor grondwater via de riolering weglekt, of het verlagen van het waterpeil omdat in het bebouwd gebied wegen zijn gezakt door zetting en soms onder water komen te staan. Maar ook droogte speelt een rol, zowel in het buitengebied als in de stad. Wanneer bebouwd gebied in de buurt van een droogmakerij ligt zal dat eerder de oorzaak zijn van moeilijk hoog te houden grondwaterstanden in bebouwd gebied. Droogmakerijen liggen vaak meters lager dan de stad en het veenweidengebied.
Landelijk gebied 
De grondwaterstand kan bijvoorbeeld laag zijn doordat omliggende veenweidegebieden door bodemdaling en peilverlagingen een steeds lager slootpeil hebben gekregen, waardoor ook de grondwaterstand bij de bebouwing zakt. Dit speelt zich vooral af in het buitengebied. Dat kan worden voorkomen door de bebouwing met een hoogwatervoorziening af te scheiden van de omgeving en van een eigen peil te voorzien.. 

Is het werkelijk zo dat als de bodem daalt in stedelijk gebied het grondwater dan ook zakt? Het oppervlaktewaterpeil blijft immers gelijk? 

Lees verder

Dat kan zijn, als drainerende middelen, zoals drainageleidingen en bijhorende drainage-instelniveaus, oppervlaktewaterpeilen en lekke riolen bewust of onbewust ook mee dalen met de bodemdaling.  

Actief grondwaterpeilbeheer ter voorkoming van bodemdaling in stedelijk gebied is zeker voor de kleine gemeenten te ingewikkeld. Ingenieursbureaus komen en gaan met de kennis er weer vandoor. Hoe kunnen we dit ondervangen?  

Lees verder

Daarvoor hebben we o.a. de deelexpeditie in het leven geroepen. We willen de kennis die er is delen en laten doorwerken. Dat doen we bijvoorbeeld door het opstellen van een factsheet en het plaatsen van informatie over actief grondwaterpeilbeheer op de website van het NKB en het kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie. Door middel van grotere bijeenkomsten, zoals het Nationaal Congres Bodemdaling en de kennisdag Ruimtelijke Adaptatie verspreiden we informatie over deze maatregel. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *