Bodemdaling en schade

Wat is de relatie tussen bodemdaling en schade in de stad?

Lees verder

Bebouwing
Bodemdaling in het stedelijk gebied levert geen directe schade aan bebouwing. Indirect draagt het wel bij aan enkele zogenaamde schademechanisme bij funderingsproblematiek. 
Door daling van het maaiveld aan de straat- en tuinzijde zal op termijn ophogen noodzakelijk zijn. Dit zorgt voor bij funderingen op palen voor een extra belasting op de palen, de zogenaamde negatieve kleef*.  Dit zorgt ervoor dat de funderingspalen gaan zakken en de fundering letterlijk onder het gebouw wegzakt. 
Bij een gebouw op zettingsgevoelige grond die kort op of direct aan de straatzijde staat zal aan de straatzijde vaker worden opgehoogd door de onderhoudsverplichting van de gemeente en vernieuwing van de riolering. Hierdoor ontstaat een grotere belasting aan de straatzijde waardoor bij negatieve kleef de voorkant van een gebouw sneller kan gaan zaken dan de achterkant, hier ontstaat scheefzakken. 
Bij een niet onderheide fundering, een zogenaamde fundering op staal (heeft niets te maken met een stalen plaat), volgt de fundering de bodem. Bij rechtstandige zakking hoeft dit niet direct schadelijk te zijn voor de bebouwing. Echter kunnen door variantie in de ondergrond en ophogingen de verschilspanningen  in de ondergrond voor verschilzakking zorgen waardoor panden op staal scheef gaan staan. Na voldoende zakking kunnen niet onderheide panden tevens  niet meer voldoen aan de ontwateringsdiepte. De fundering zakt daarmee langzaam weg naar of zelfs in de grondwaterstand. Water in de kruipkelder of op de begane grondvloer komt daarmee vaker voor en tevens kan optrekkend vocht voor schimmel zorgen dat weer tot gezondheidsklachten kan leiden.
Tuinen
Door bodemdaling zakken tuinen met de daarin gelegen huisaansluitingen, terrassen, bomen en beplanting. Door de bodemdaling kunnen huisaansluitingen afknappen wat zeker bij gasleidingen tot gevaarlijke situaties kan leiden. Hoe zwaarder het materiaal of de constructies zijn die mensen aanbrengen in hun tuin, hoe sneller het gaat. Bomen kunnen ook meezakken en dat zal ook na ophoging van de tuin zo blijven omdat die niet makkelijk opgehoogd kunnen worden. Als mensen de tuin niet ophogen worden vaak extra trappetjes bij de deuren aangebracht bij de deuren om het hoogteverschil te overbruggen. Voor minder valide mensen is hinderlijk. Over het algemeen geldt dat iedere huiseigenaar zijn eigen oplossing verzint wat al snel een rommelig aanzien geeft van de straat. 
Infrastructuur
Onder infrastructuur wordt in dit antwoord verstaan de verzameling aan wegen, stoepen, pleinen, parkeerplaatsen. Kademuren, bruggen en de ondergrondse kabels en leidingen en riolering. Bodemdaling in het stedelijk gebied wordt voor een grote deel veroorzaakt door het gewicht dat op de minder draagkrachtige bodem wordt aangebracht. Dit is de optelsom van het gewicht van het ophoog- en funderingsmateriaal onder de verharding, de verharding zelf en de intensiteit en het gewicht van verkeer dat gebruik maakt van de wegen. Dit type bodemdaling noemen we zetting. Door zetting zakt de verharding naar beneden, vaak ongelijkmatig. Er komen scheuren en kuilen in de straat en trottoirs komen scheef te liggen. Met name minder valide mensen ondervinden hier hinder van. Op de wegen kan het regenwater niet goed afstromen naar de riolen waardoor wateroverlast ontstaat. De ondergrondse infrastructuur zakt mee. Kabels en leidingen kunnen scheuren, zowel in de openbare ruimte als bij de huisaansluitingen. Riolering wordt altijd aangelegd onder verhang zodat het vuile water afstroomt naar de hoofdriolering en gemalen. Door zakking kan deze afstroming verstoord worden wat tot afvoerproblemen leidt in de huizen. Soms raken buizen ook lek, waardoor ze extra grondwater af gaan voeren. Dit heeft weer als neveneffect dat de grondwaterstand lokaal daalt weer tot extra bodemdaling leidt. Staan er huizen op houten palen dicht in de buurt dan kan dit ook paalrot tot gevolg hebben.  
Effecten op kunstwerken (kademuren, bruggen etc) zijn hieraan vergelijkbaar van aard. 
Openbaar groen
Bermen, plantsoenen en parken kunnen ook bodemdaling ondervinden. Vaak staat het grondwater hier hoog waardoor onderhoud lastig is. Zware machines maken snel sporen. Net als bij tuinen geldt dat bomen lastig op te hogen zijn. In het Vondelpark ging men zelfs zover door bomen te onderheien. Door de bodemdaling worden de normale onderhoudstermijnen niet gehaald. Veel eerder dan bijvoorbeeld op de zandgronden is de openbare ruimte aan vervanging toe. Deze versnelde cyclus kost gemeenten op slappe grond veel extra geld dat er vaak niet is. Afgesproken beeldkwaliteit van de openbare ruimte kan niet worden waargemaakt, buurten kunnen er verpauperd uit komen te zien. 
Een deel van de oplossing ligt bij het toepassen van lichtere ophoogmaterialen en het toepassen van een levenscycluskostenbenadering bij de planning van de werkzaamheden in de openbare ruimte.

Wordt paalrot veroorzaakt door bodemdaling in het landelijk gebied?

Lees verder

Alleen bij zeer grote peilverschillen tussen landelijk gebied en stedelijk gebied zal het grondwater in bebouwd gebied moeilijk hoog te houden zijn en kan er als gevolg van een lage grondwaterstand paalrot ontstaan. Paalrot ontstaat als de grondwaterstand bij bebouwing zakt tot onder het niveau van de houten palen. Onder invloed van zuurstof worden schimmels actief en kan het hout gaan wegrotten. Dit proces heet paalrot. Aantasting van houten palen door bacteriën (palenpest) staat los van de hoogte van de grondwaterstand. 
Stedelijk/bebouwd gebied
Alleen bij zeer grote peilverschillen tussen landelijk gebied en stedelijk gebied zal het grondwater in bebouwd gebied moeilijk hoog te houden zijn en kan er als gevolg van een lage grondwaterstand paalrot ontstaan. In de stad kunnen te lage grondwaterstanden worden veroorzaakt door een slechte staat van de riolering (lekke riolering), waardoor grondwater via de riolering weglekt, of het verlagen van het waterpeil omdat in het bebouwd gebied wegen zijn gezakt door zetting en soms onder water komen te staan. Maar ook droogte speelt een rol, zowel in het buitengebied als in de stad.
Wanneer bebouwd gebied in de buurt van een droogmakerij ligt zal dat eerder de oorzaak zijn van moeilijk hoog te houden grondwaterstanden in bebouwd gebied. Droogmakerijen liggen vaak meters lager dan de stad en het veenweidengebied.
Landelijk gebied
De grondwaterstand kan bijvoorbeeld laag zijn doordat omliggende veenweidegebieden door bodemdaling en peilverlagingen een steeds lager slootpeil hebben gekregen, waardoor ook de grondwaterstand bij de bebouwing zakt. Dit speelt zich vooral af in het buitengebied. Dat kan worden voorkomen door de bebouwing met een hoogwatervoorziening af te scheiden van de omgeving en van een eigen peil te voorzien

Zakken op staal gebouwde huizen in droge periodes door ontwatering voor de landbouw?

Lees verder
In de zomer van 2018 is veel schade aan huizen ontstaan door krimp van klei- en veenbodems. Krimp is een tijdelijk effect veroorzaakt door uitdroging van de bodem door gebrek aan neerslag. Dat staat los van de grondwaterstand in de omgeving, want het polderpeil zal voor de landbouw op peil worden gehouden in droge periodes. Ontwatering ten behoeve van de landbouw met voortgaande peilverlagingen kan wel bijdragen aan een versnelling van ongelijke zetting van op staal gebouwde huizen zorgen, als er geen hoogwatervoorziening is. 
n

Wat is de relatie met grondwaterpeil en schade in de stad?

Lees verder

Bebouwing
Een dalende grondwaterstand kan bij houten paal funderingen zorgen voor droogstand; het hoogst gelegen funderingshout komt droog te staan waardoor zuurstof bij het hout komt en het verrottingsproces in gang gezet wordt. Na 10 jaar cumulatieve droogstand is doorgaans het hout weggerot en is er een funderingsprobleem ontstaan. 
Bij een niet onderheide fundering draagt een lagere grondwaterstand bij aan een gunstigere ontwateringsdiepte. Door het verlagen van de grondwaterstand (wet van Archimedes) wordt de bovenliggende grond op die plek weer zwaarder, waardoor er een nieuwe extra belasting is gecreëerd. De samenstelling van de ondergrond bepaalt vervolgens of en zo ja welke gevolgen dit heeft voor het tempo van bodemdaling en daarmee de zetting van het niet onderheide gebouw.
Infrastructuur
Een verlaging van de grondwaterstand leidt tot een verdergaande bodemdaling, tot er een nieuw evenwicht is ontstaan. Zie kopje bodemdaling voor infrastructuur.

Is bodemdaling onderdeel van het model taxatierapport?

Lees verder

Bodemdaling levert geen directe schade aan bebouwing. Indirect draagt het wel bij aan de schademechanisme voor funderings-problematiek; droogstand, negatieve kleef en verschilzakking. Daarmee is  invloed van bodemdaling afhankelijk van de funderingsmethodiek van een gebouw.  Bodemdaling is als zodanig niet opgenomen in het oude en nieuwe model taxatierapport (juni 2021). Funderingsproblematiek heeft wel een prominente plaats in dat rapport. In het nieuw model taxatierapport is een funderingslabel op pandniveau geïntroduceerd. Dat label is gemaakt op basis van modellen die rekening houden met de verschillende schademechanismen voor funderingsproblematiek. Naars dit label, vergelijkbaar met het energielabel worden enkele uitgangspunten en een omschrijving opgenomen in het rapport dat de huiseigenaar of (aspirant)koper moet attenderen op een mogelijk funderings-probleem. Daarmee wordt men waakzaam gemaakt en in staat gesteld om aanvullende vragen te stellen of onderzoek te laten uitvoeren.

Bodemdaling wil niet sec iets zeggen over de staat van je huis?

Lees verder

Nee, bodemdaling kan gevolgen hebben voor je huis. Het PBL heeft een inschatting gemaakt van de verwachte schade in Nl als gevolg van bodemdaling aan gebouwen en wegen. Daarvoor verwijs ik je naar het rapport: Dalende bodems, stijgende kosten van het PBL.  

We geven toch ook geen waarschuwing als een huis X meter onder NAP is gebouwd?

Lees verder

Nee, wie zijn huis onder NAP bouwt is over het algemeen in Nederland beschermd door dijken. De dijk wordt dusdanig aangelegd dat de kans op een dijkdoorbraak slechts klein is. Je kunt je met een dijk niet beschermen tegen bodemdaling.

Dan is een aantekening over het type fundering toch voldoende?

Lees verder

Geeft houvast of er mogelijk problemen zijn. Het type fundering blijkt lang niet altijd bekend te zijn. Daarnaast is de kans op schade aan een fundering van meer factoren afhankelijk, bijvoorbeeld hoe hoog de grondwaterstand is.

Kan er een toets ingesteld worden voordat er gebouwd wordt of dat het plan tot bouwen wordt opgesteld naar de bodem/ondergrond en hydrologie? 

Lees verder

De achtergrond van de stelling is dat particuliere eigenaren onvoldoende kennis hebben over de risico’s die bodemdaling voor hun eigendom kan hebben. Mogelijk dat de kennis van hydrologie daarbij kan helpen. Het moet voor een particulier nog wel in begrijpelijke taal worden opgeschreven. Gemeenten hebben hierin ook een belangrijke rol: welke eisen geven zij mee aan het bouw- en woonrijp proces van de locatie? Zowel voor de openbare ruimte, de woning zelf als de tuinen? Veel gemeenten kunnen hier nog een slag in slaan. Ook in de communicatie naar kopers.

De deelexpeditie stelt als doel zettingseisen op te stellen. De twee trekkers van de deelexpeditie zijn regionaal gebonden aan Rotterdam en Zuid-Holland. Zijn die zettingseisen dan ook regionaal gebonden? 

Lees verder

Het zou mooi zijn als de eis(en) die we met elkaar afspreken niet alleen door de convenantpartners wordt opgevolgd maar ook kan dienen voor partijen buiten het convenant en de regio. Daarnaast blijft het maatwerk.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *